Boekgegevens
Titel: Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
2e verm. uitg
Opmerking: Bevat ook: Eerste vervolg 1898-1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8764
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202120
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Onderwijsbevoegdheid, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
d. Geef de beteekenis van vior der volgende uitdrukkingen:
Water in zijn wijn doen. Iemand op de handen dragen.
Het hart op de tong hebben. Goed beslagen ten ijs komen.
In het krijt treden voor. De pil vergulden. Tegen den stroom
oproeien. Den eersten steen op iemand werpen. Den toon
aangeven. Met twee maten meien.
Voorheeld: Op grooten voet leven beteekent prachtig, zeer
rijk leven.
Rekenen. (2 uren).
1. Vermeerdert men den teller eener breuk met 1 en
deelt men den noemer door 3, dan wordt hare waarde 3f
maal zoo groot; dit heeft ook plaats, als men teller en noemer
met 24J pCt. vermeerdert. Welke is die breuk? —
2. A verkoopt eene partij waren met 8 pCt. winst. Had
hij er f 10 minder voor gegeven, en er denzelfden prijs voor
ontvangen, dan zou hij 12.V pCt. gewonnen hebben. Bereken
den inkoopsprijs.
3. Een houten kubus, waarvan iedere ribbe 8 cM. lang is,
wordt met een laag lood bekleed ter dikte van 1,5 cM, De
nieuwe kubus weegt 9,7462 KG. Bepaal hieruit het soortelijk
gewicht van lood, als dat van hout 0,8 bedraagt.
4. Uit A. vertrekt een wagen naar B. met eene snelheid
van 5 KM. per uur, en één uur later uit B een wagen naar
A. met eene snelheid van 8 KM. per uur. Indien de tweede
wagen, die 12 minuten oponthoud gehad heeft, bij de ont-
moeting I j^^V maal zooveel KM. heeft afgelegd als de eerste,
vraagt men naar den afstand van A. tot B.
5. A heeft een kapitaal uitstaan tegen 3| pCt., een tweede,
dat f 4000 grooter is, tegen pCt., en nog een derde, dat
2i maal zoo groot is als het eerste, tegen 4 pCt. Hoe groot
zijn de kapitalen, als hij gemiddeld 3,8 pCt. rente ontvangt?
A a r d r ij k s k u n d e. (I uur).
1. Zuid-Holland (behalve de eilanden). Bestanddeelen,
grondsgesteldheid, middelen van bestaan, vooi'name plaatsen.
2. Het oostelijk bekken der Middellandsche zee. Grenzen,
onderdeelen, eilanden, zeeën, die met dat bekken in ver-
binding staan.