Boekgegevens
Titel: Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
2e verm. uitg
Opmerking: Bevat ook: Eerste vervolg 1898-1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8764
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202120
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Onderwijsbevoegdheid, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
2. Gij moet uwe leerliugeu goed lezen leeren. Wiit verstaat
ge daardoor; van welk belang is dit voor de geestelijke
vorming der leerlingen en voor het onderwijs?
3. De onderwijzer{ps) moet de oorzaak van wanorde en
onoplettendheid der leerlingen allereerst bij zich zelf zoeken.
Kunt gij de waarheid dezer stelling aautoonen, en verder ook
verklaren, wat er uit volgt ten opzichte van het straffen?
liimburg.
Nederlandsche Taal. (2 uren).
а. Opstel. Ter keu/.e:
1. Egoïsten.
2. Het vuur is de vriend, maar ook de vijand van den
menscli.
3. Een boom valt niet bij den eersten slag.
4. Rust roest.
5. De boomen.
б. De handel.
h. 1. Ontbind ouderstaand versje in enkelvoudige zinnen
en benoem die.
2. Benoem de gecursiveerde woorden taalkundig.
Wat nieuw is, vindt altijd bertrijders.
Maar '«komt meest niet op in iiun geest,
Dat 'toude, waarmee ze zoo dwepen
Toch ook eens kts nieuws is geweest.
Eu, als een verwerping van 'tonde.
Toen ook werd gehaat en gevreesd.
c. Geef den inhoud van onderstaande versregels in eigen
woorden weer.
't Is zoet, in 'tblijdste der seizoenen,
't Ontwakend landschap te bespien:
Der beuken toppen te zien groenen.
De amanileltakken rood te zien.
't Is zoet op 't rozenbed te staren.
Wanneer, door 'thaar omzwachtlend mos,
De scheemring doorbreekt van den blos.
Die schittren zal op duizend blaren.