Boekgegevens
Titel: Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
2e verm. uitg
Opmerking: Bevat ook: Eerste vervolg 1898-1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8764
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202120
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Onderwijsbevoegdheid, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
3. Verklaar twee van de volgende uitdrukkingen (figuurlijk):
den vinger op de wonde leggen; eene pleister op de wond
leggen; den toon aangeven; de gebreken van zijne deugden
hebben; door een anderen bril zien; door eens anders bril
zien; altijd om een gansje komen.
4. Waardoor wordt de bevoeglyke zin aan een hoofdzin
verbonden y Geef voorbeelden.
5. Opstel naar keuze:
Een zachte winter.
Een zomeravond buiten.
Zondagavond.
Na volbrachten arbeid is het goed rusten.
Zeeland.
Nederlandsche Taal. uur).
1. Maak een opstel over één der volgende onderwerpen:
a. Een winterlandschap bij regen en bij vorst.
h. Aan de rivier.
c. De herstellende zieke.
2. a. Ontbind onderstaand versje in enkelvoudige zinnen
en benoem die zinnen.
b. Geef de taalkundige benoeming der cursief gedrukte
woorden.
Een jongen hond, nog pas zijn moeders nest ontkropen.
En dus niet half genoeg volleerd
in 't blaffen, zooals elk dit van een hond begeert.
Had de onbezonnen lust bekropen,
Om 'twitgewolde lam,
De rappe geit, den ruigen ram
Zóó na te blaten, dat men waarlijk wel moest zweren.
Dat men dier beesten taal niet zuiverder kon leeren.
3. Verklaar van één der volgende woorden of van ééne
der volgende uitdrukkingen de figuurlijke beteekenis uit de
letterlijke en gebruik daaraa dat woord of die uitdrukking
in een zin:
a. Buitensporig, b. Onbekookt, c. Het hoofd boven water
houden, d. De kastanjes uit het vuur halen.