Boekgegevens
Titel: Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
2e verm. uitg
Opmerking: Bevat ook: Eerste vervolg 1898-1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8764
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202120
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Onderwijsbevoegdheid, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
6
5. Een cylindervormige buis, 7 M. laug, is aan weers-
zijden open. Als de middellijn der opening 28 cM. en de
wand 7 mM. dik is, hoeveel M^. bedraagt dan de oppervlakte
der buis? = 3|.
Geeft de volledige becijfering.
Dictée.
Na eeue lange rij van aan zwaren arbeid gewijde jaren,
kan ik mij er op beroemen, mijne schaapjes op het droge te
hebben, en heb ik genoeg in 'tlaatje om het leven van een
rentenier te leiden. Aanstaanden Mei wordt mijn eenige zoon
de opvolger van zijn' vader, terwijl de oude heer zelf en zijne
eega zich metterwoon gaan vestigen op eene van de geriefe-
lijkste villa's, die er te vinden zijn.
Den wandelaar, die zich in de aanschouwing der levende
natuur vermeit, doorstroomt een eigenaardig gevoel van
behaaglijkheid, wanneer hij den blik laat weiden over beemd
en akker, of ronddoolt door woud en weide; een gevoel, dat
geen ander evenaart.
Het jonge, frissche groen van boom en heester, de gele
en paarse voorjaarsbloempjes in het malsche gras, ze zijn
hem alle de welkome bodem van dien heerlijken lentetijd,
dien de barre winter zoo dubbel begeerlijk maakte; die ook
zelfs den schamelen armen de geleden ontberingen eu onge-
makken zoo spoedig uit het geheugen wischt.
Het kweelen der vogels is hem een welbekend, maar noch-
tans nieuw genot, de bedrijvigheid der vroolijke zaugers bü
het bouwen hunner nestjes, waarvoor zij alles aansleepen,
wat hun bruikbaar voorkomt, een lust om te zien. Zelfs het
eentonig gekwaak der kikvorschen in de slooten klinkt hem
als eene aangename muziek in de ooren, die de harmonie
van het schoon geheel niet de minste afbreuk doet.
Waarlijk er is reden voor eene opgeruimde dankbare
stemming.
S c h r ij V e n. uur).
De lengte van den Secondeslinger, die te Amsterdam
0,994 M. bedraagt, is te Parijs 0,9938 M. en onder den
evenaar 0,9909 M.
1 Regel groot, 1 middelgroot, 1 staand en 1 loopend klein.