Boekgegevens
Titel: Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
2e verm. uitg
Opmerking: Bevat ook: Eerste vervolg 1898-1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8764
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202120
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Onderwijsbevoegdheid, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
Zuid-Holland.
Nederlaudsche Taal.
I. Opstel uaar keuze:
1. Een zachte winter.
2. De courant.
3. Arbeid adelt.
II. Wilt gij kinderen wat leeren,
Heb ze lief en — heb gezag!
Werk voor hen met al uw krachten.
Roep niet dadelijk wee en ach!
Praat niet veel, maar laat ze werken,
Spoor ze aan door eigen vuur;
Zie, dan zult ge stellig merken.
Dat ge er komt, maar — op den duur!
1. Geef deze versregelen met uw eigen woorden weer,
zoodat blijkt, dat ge den inhoud begrepen hebt.
2. Benoem taalkundig de cursief gedrukte woorden.
Rekenen.
1. Om negen uur gaat A. uit P. naar Q. en 4ü minuten
later gaat B. uit Q. naar F. Zij ontmoeten elkaar juist half-
weg. A. vordert per uur KM. en B. KM. Hoe laat
komt B. te P. aan?
2. Een winkelier koopt een party koffie tegen f 1.2.5 de
KG. Hij verkoopt ze tegen f 1.36 de KG., maar geeft 2 pCt.
overwicht, en staat nog een zekere korting toe voor contante
betaling, zoodat hij in 't geheel 4 pCt. wint. Hoeveel pCt.
korting stond hij toe?
3. Als men in de vermenigvuldiging 0,87 X 328 de 7 uit
den vermenigvuldiger weglaat en daardoor in het product 8,2
te weinig krygt, bepaal dan het cyfer der duizendsten van
den vermenigvuldiger.
4. Een koopman verliest op van een partij 50 pCt. en
op I van diezelfde part;) 33^^ pCt. Met hoeveel pCt. winst
moet hij nu de rest verkoopen om in 't geheel 12i pCt. te
winnen?