Boekgegevens
Titel: Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
2e verm. uitg
Opmerking: Bevat ook: Eerste vervolg 1898-1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8764
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202120
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Onderwijsbevoegdheid, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
103
XLVII. Friosland. (l"/.., luir.)
231. Iemand heeft twee kapitalen, die f 1000 verschillen,
het grootste tegen 4 en het kleinste tegen 5 pet. uitgezet. Zoo
nu in één jaar de interest -/j.- van de som der kapitalen uit-
maakt, welke zijn dan die kapitalen?
232. In een vat is wijn van 50 cent den liter. Hierbij
voegt men 27 liter water. Als men nu den HL. van dit meng-
sel verkoopt voor f 50 en dan 13'/|| pet. wint, vraagt men,
hoeveel wijn er in dat vat was.
233. De noemer eener breuk is 11 grooter dan de teller.
Vermeerdert men den teller met 24 en deelt men noemer
door '/t, dan wordt die breuk gelijk aan '/j. Welke is die
breuk ?
234. Wat is de rest als men o'-' deelt door 8?
235. a. Op elk der zijden van een regelm. zeshoek, waar-
van de zijde = 1 is, beschrijft men buitenwaarts een vierkant.
Bewijs dat de buitenste hoekpunten van die vierkanten de
hoekpunten zijn van een regelmatigen twaalfhoek en bereken
de oppervlakte van dien twaalfhoek.
b. Van een regelmatig achtvlak, welks ribben 12 cM. zijn,
worden de lichaamshoeken tot op het derde gedeelte der
ribben afgesneden. Bepaal het oppervlak van het overblij-
vende deel.
(ft of b, ter keuze.)
VLVIII. <iii-oniiiseii. (l'/-2 uur.)
23(). Eene vrouw koopt 21 meter katoen. Had ze katoen
gekocht, dat per meter een halven stuiver goedkooper was,
dan zou ze voor hetzelfde geld anderhalven meter meer hebben
ontvangen. Hoeveel betaalt ze voor den meter?
Geef van dit vraagstuk twee oplossingen, geschikt voor leer-
lingen.
237. A, B en C hebben samen een werk verricht en daaraan
24 gulden verdiend, waarvan A 6 gulden ontving. A en B
hadden samen het werk kunnen doen in S'"; dag, A en C in
dag. Hoeveel verdiende ieder van hen per dag?