Boekgegevens
Titel: Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
2e verm. uitg
Opmerking: Bevat ook: Eerste vervolg 1898-1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8764
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202120
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Onderwijsbevoegdheid, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
101
215. A, B en C hebben samen f 18000 uitgezet. A maakt
5 pct., B 4'/2 pct en C 4 pct. A ontvangt 2'^if, maal zooveel
rente als B en B f 60 minder dan C. Hoe groot was ieders
kapitaal ?
XI>IV. Xooi-d-Krabanl. (2 uur.)
216. A en B gaan elkander te gemoet. A legt per uur
6 KM. en B KM. af. Had A per uur 1 KM. meer en B
'/•) KM. meer afgelegd, zoo zouden ze elkander 2 uur eerder
ontmoet hebben. Hoe lang is de weg?
217. Van eene partij suiker wordt het ^/g deel verkocht
voor 50 ct. de KG. en de rest met eene winst van 2 ct. per
KG., waardoor gemiddeld 12'/.2 pct. Avordt gewonnen. Bereken
den inkoop van 1 KG.
218. Iemand koopt 25 HL. tarwe voor f 187,5. Hij ontvangt
bij verkoop voor 2% HL. zooveel guldens als hij ten honderd
wint. Hoeveel is zijne ontvangst ?
219. Van zekere breuk is de noemer 20. Trekt men van
den teller en ook van den noemer 5 af, dan is de waarde
der nieuwe breuk l"/|(j maal zoo klein. Welke is die breuk?
220. De rest eener aftrekking verandert niet, als men den
aftrekker door 0,3 en het aftrektal door deelt. Als de som
van aftrekker en aftrektal 207 is, bereken dan de rest.
.lliV. Koelaiid. (l'/a uur.)
221. Van eene partij aardappelen wordt het '/jg gedeelte
verkocht k f 2.80 en de rest k f2.70 den HL. Op ieder ge-
deelte wordt f63 gewonnen. Hoe groot was die partij en hoeveel
bedraagt de inkoop van 1 HL. ?
222. Een korenkooper verkoopt het gedeelte van eene
partij koren tegen 12 gld. en de rest tegen f9.20 den HL.
Als hij op 2 HL van het eerste gedeelte zooveel wint, als
hij op 5 HL van het tweede gedeelte verliest en zijne winst
f 156 bedraagt, uit hoeveel HL. bestond dan de partij ?