Boekgegevens
Titel: Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
2e verm. uitg
Opmerking: Bevat ook: Eerste vervolg 1898-1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8764
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202120
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Onderwijsbevoegdheid, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
1897.
Vl.l. Xiiid-llollaiiil. uur.)
201. Om een rechthoekig tuintje, waarvan lengte en breedte
zich verhouden als 5:3, is eene sloot, die 3.6 M. breed is.
Van den tuin met de sloot verhouden zich lengte en breedte
als 10:7. Hoe groot is het tuintje ?
202. 's Morgens te zes uren vertrekken een voetganger,
die 4 KM. per uur aflegt, en een rijtuig, dat 9 KM. per uur
aflegt, uit A naar B.
Hoe laat zal een velocipedist, die, met eene snelheid van
19.5 KM. per uur, zes uren later uit A vertrekt, zich juist
midden tusschen den voetganger en het rijtuig in bevinden ?
203. Vermindert men den teller der breuk met een
getal en den noemer met het dubbele van dat getal, dan
krijgt men een breuk, waarvan de waarde Vr is. Welk is dat
getal?
204. Deelt men zeker getal door 9, dan is rest 1. Deelt
men dat getal door 12, dan is het quotiënt 4 kleiner en de
rest 9 grooter. Welk is dat getal ?
205. In een bak, die den vorm heeft van een regelmatig
vierzijdig prisma, waarvan de diepte 7 dM. en de diagonaal
van den bodem binnenwerks 5 dM. is, wordt een massieve
cylinder geplaatst, die er juist in past. Hoeveel L. water kan
die bak nog bevatten ?
XI.II. Xnoitl-llollanil. (l'/j uur.)
206. Twee werklieden, wier werktijden daags zich verhouden
als 2 : 3, kunnen in 48 dagen zeker werk verrichten. A\'erkt
A dagelijks 3 en B 1 uur langer, dan kan het werk in 40
dagen voltooid zijn. Hoeveel uren werkte ieder aanvankelijk
daags ?