Boekgegevens
Titel: Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
2e verm. uitg
Opmerking: Bevat ook: Eerste vervolg 1898-1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8764
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202120
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Onderwijsbevoegdheid, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
98
192. Iemand koopt drie partijen tabak, de eerste a 75 et.,
de tweede a 90 ct. en de derde a f 1.12'/.2 het pond, in het
geheel 7220 ponden. Voor de tweede partij betaalt hij 40 pet.
meer dan voor de eerste en voor de derde partij 2ö pet. meer
dan de helft van het gezamenlijke bedrag der Ie en 2e partij.
Hoe groot was elke partij ?
193. A, B, C en D hebben f 14560,— te deelen. Het
gedeelte van A is gelijk aan het '/,, gedeelte van B; het Y-
gedeelte van B is gelijk aan het ^/j gedeelte van C en het ',,
gedeelte van C is gelijk aan het gedeelte van D. Hoeveel
ontvangt ieder?
194. Van eene gedurige evenredigheid is het verschil der
termen van de eerste reden 5 en het verschil der termen van
de tweede reden 8. Welke is die evenredigheid ?
195. Een getal van twee cijfers is gelijk aan zevenmaal de
som der cijfers. Trekt men van het getal 36 af, dan stellen
de cijfers van het getal, in omgekeerde orde geschreven, het
verschil voor. Welk is (lat getal ?
\L.. llriMilc.
196. Van een echte breuk is het verschil tusschen noemer
en teller 7. Vermindert men den teller met 7 en vermeerdert
men den noemer met 6, dan wordt deze breuk gelijk aan '/.>•
Welke is die breuk ?
197. Een leerling moet een getal deelen door 5'7„. Hij deelt
door 5 en de uitkomst door Indien zijn antwoord nu 127-,
te groot is, vraagt men naar het deeltal.
198. Van een evenredigheid is de som van de termen der
eerste reden 27, de som van de voorgaande termen 20 en de
som van alle termen 45. Bepaal die evenredigheid.
199. A en B koopen eenige meters laken tegen f 4.50
den M. Gekrompen komt A. de M. op f 4.(il5484 en B de
M. op f 4.6875. Hoeveel pet. is het laken van B meer gekrom-
pen dan dat van A ?
200. Iemand koopt 2 partijen koopwaar, de eerste tegen
f 1.10, de andere tegen f 1.25 cïe KG. Hij betaalt in't geheel
f 213. Beide partijen verkoopt hij tegen f 1.50 en nu wint
hij op de eerste partij f 9 meer dan op de tweede. Hoe zwaar
was iedere partij ?