Boekgegevens
Titel: Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
2e verm. uitg
Opmerking: Bevat ook: Eerste vervolg 1898-1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8764
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202120
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Onderwijsbevoegdheid, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
97
185. Aan zeker werk arbeidt A eerst 8 dagen, waarbij hij
eiken dag gedurende den halven werktijd door B wordt ge-
holpen. Daarna werkt B 5 dagen, waarbij A hem helpt eiken
dag gedurende het 3e deel van den werktijd. Indien nu de
overblijvende, zijnde het ''/120 van het werk, door beiden
in l'' |, dag wordt voltooid, hoe verhouden zich dan werk-
krachten van A en B ?
XXXVIII. I.liiihiirg. (2 uur.)
186. De teller en noemer eener echte breuk verschillen 4.
Deelt men den teller door •'ƒ,, en vermindert men den noemer
met 42/3 dan wordt de breuk driemaal zoo groot. Welke breuk
wordt bedoeld ?
187. A en B gingen elkander tegemoet uit twee plaatsen
X en Y. A vertrok om één uur uit X en kwam kwart voor
vieren te Y aan. B vertrok uit Y 20 minuten na één uur en
kwam om vijf uren te X. Hoe laat was het, toen zij elkander
ontmoetten ?
188. Van een partij koolzaad verkoopt men •■!,, tegen f 8.60
per HL. en de rest met f 1.70 winst per HL., waardoor men
gemiddeld 15 pct. wint. Bereken den inkoop van 1 HL.
189. Van een houten kubus is eene ribbe 7 cM. lang. Nadat
de kubus geheel met eene laag lood bekleed is, die overal de-
zelfde dikte heeft, weegt het lichaam 7,7985 KG. Hoe dik is
het looden bekleedsel, als het soortelijk gewicht van hout 0.9
en van lood 11.4 bedraagt?
190. Twee kapitalen zijn samen f 10000 groot. Het aantal
rijksdaalders, dat het eerste in een jaar opbrengt ii 4 pct, is
44 minder dan het aantal guldens, dat het tweede in een jaar
opbrengt ä pct. Hoe groot is elk kapitaal?
X X XIX. \ 00 i-i! - B ra ha 11 (.
191. Een koopman koopt 2700 KG. suiker a 69 ct. per
KG. en betaalt daarenboven eene zekere som aan onkosten.
Bij den verkoop wint hij Ti'/j pct., doch zou 20 pct. gewonnen
hebben, indien hij geene onkosten had gehad. Bereken het
bedrag der onkosten.
KxaraenopgaTen. 7