Boekgegevens
Titel: Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: 's-Gravenhage: Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-maatschappij, 1899
2e verm. uitg
Opmerking: Bevat ook: Eerste vervolg 1898-1899
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8764
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202120
Onderwerp: Onderwijs: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van het onderwijs
Trefwoord: Onderwijsbevoegdheid, Examenopgaven
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Toetsnaald I voor adspirant-onderwijzers en onderwijzeressen: Verzameling der schriftelijke werkzaamheden van LXXIII acte-examens voor onderwijzer van 1894-1899
Vorige scan Volgende scanScanned page
96
177. Er zijn twee kapitalen, die uitstaan ä f 6 pot. en 5
pet. in 'tjaar. Het eerste staat 8 maanden uit en het tweede,
dat f 1200 grooter is, 6 maanden. Dit laatste levert zoo f 60
minder rente op dan het eerste.
Bereken de kapitalen.
178. Twee partijen graan worden gekocht ä f7 en f8 den
HL., samen voor f 1340. Men verkoopt ze in dezelfde orde
ä f 8 en f 8.50 den HL., samen voor f 1480. Uit hoeveel HL.
bestaat elke pariij ?
179. Van twee op elkaar volgende getallen neemt men de
tweede machten. Bij elke dezer machten telt men het getal
zelf op. Bewijs, dat het product dezer sommen deelbaar is
door 12.
Voorbeelden:
(52 + 5) (6^ + 6) = 12-voud.
(132 + 13) (142 ^ 14) ^ 12-voud.
180. Een rechthoekig trapezium met eenen hoek van 135^
is hoog 3.5 M,, terwijl de langste evenwijdige zijde 6 M. is.
Bereken de oppervlakte.
AXXVII. Overijsel. (l'/j uur.)
181. A koopt een partij rogge ä f 4 en een partij tarwe
ä f 6 den HL., samen voor f 1860. Hij verkoopt beide partijen
tegelijk, gemiddeld tegen f 5.10 den HL. en wint nu
pet. Hoe groot is elke partij ?
182. Van 2 getallen is de som 732.
"/si van het eene getal staat tot 'jn van het andere als
1 : ^/j;. Welke zijn die getallen? (Op te lossen door een even-
redigheid en wel zóó, dat de Ie term der eindevenredigheid
een der gevraagde getallen is.)
183. A heeft '/t maal zooveel geld bij zich als B. Indien
A f 16 er bij ontvangt en B f 12 verteert, dan staat A's geld
tot dat van B als 12 : 11. Hoeveel heeft ieder?
184. Een cylindervormig vat heeft van binnen een hoogte
van 0.8 M. en een middellijn van 9.8 dM. Dit vat is gedeel-
telijk gevuld met olie, die 301.84 KG. weegt. Welk gedeelte
is ongevuld ?
S. G. der olie — 0.8. n =