Boekgegevens
Titel: Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Auteur: Valkhoff, J.N.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1898
15e, herz. druk
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1037
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202104
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Vorige scan Volgende scanScanned page
124.
Onze soldaten hebben overwinningen behaald. Ik heb
de stad Breda gezien, die eene vesting was {était). Hebt
gij Keulen ook gezien ? — Ja, mijnheer, ik ben ook in die
stad geweest. Mijne moeder heeft in Keulen gewoond.
Heeft uwe meid ham en vleesch gebracht ? Wat hebt gij
gedaan ? Wie zijn deze reizigers ? Wien hebt gij op («) de
wandeling gezien ? — Mijne beide nichten en mijne tante.
Hebt gij veel geld? — Wij hebben niet veel geld, maar
veel vrienden. Ik heb aan de reis gedacht, die {que) ik
met u gedaan heb (vert. ik heb gedaan met u). Wij hebben
eene reis gedaan met de nicht van den dokter.
125-
Wij zijn niet op de markt geweest. Wie waren {étaient)
uwe metgezellen op {dans) uwe reis naar {d) Keulen ?
Waar zijn de blikken doozen met looden soldaten?
Welken {Quel) vreemdeling hebt gij gisteren op {d)
uwe wandeling ontmoet? — Den broeder van den En-
gelschman, die in deze straat woont Zij(C?//i?),
die op {d) de school mijne vriendin was {était), is nog
mijne vriendin. Wien {Qui) hebt gij bij {chez) mijnen
vader ontmoet, dezen of dien koopman? {Quelle)
dame hebt gij bij mijne tante ontmoet {rencontrée), deze
of die ? Racine en Molière zijn twee dichters, die in
Frankrijk geleefd hebben. Zij zijn nu dood {morts).
Deze vreemdeling is een gevangene. Wie is deze ge-
vangene ?
126.
De gevangene is een soldaat, die zijnen officier ge-
dood heeft. Hij is twintig jaren soldaat geweest in