Boekgegevens
Titel: Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Auteur: Valkhoff, J.N.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1898
15e, herz. druk
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1037
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202104
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Vorige scan Volgende scanScanned page
124.
I weest ? — Hij is in de (en) stad geweest. Wij hadden {Noïis
avions) zomer (vert. den zomer), wij hebben nu {maintenant)
winter (vert. den winter). Waar is de keizer van Duitschland?
— Hij is in zijn paleis te Berlijn {Berlin). Maandag hebben
wij een' generaal op de markt gezien. Wij hebben Vrijdag
met de kinderen des geneesheers vóór de deur des kruide-
niers gespeeld. (Vert. Vrijdag wij hebben gesp. enz.)
Drie en Twintigste Les.
VERVOLG DER HERHALING.
Men leere eerst deze woorden :
Het dorp, le village. de woestijn, le désert.
de Amerikaan, l'Américain, tn. de morgen, le matin.
de redenaar, rorateur, tn. des morgens,
Cicero, Cicéron. de middag ^ le midi.
Hannibal, Annibal. des middags, '
de metgezel, le compagnon. de avond, , le soir.
de ijver, le zèle. des avonds, '
de visch, le poisson. altijd, toujours.
de goudvisch. la dorade. somtijds, quelquefois.
het jaargetijde, la saison. beloond, récompensé.
1 iq.
Ben ik uw broeder niet ? Is zij uwe zuster ? Cicero
was een redenaar. Hannibal is geen (vert. niet een) Ro-
mein. Hannibal heeft tegen de Romeinen gestreden.
Hij heeft de legers der Romeinen overwonnen. Hij
heeft ook vestingen ingenomen. Op de tafel is {il y a)
visch en vleesch. Er zijn vier goudvisschen in dit glas
{bocal.^ m). Hoeveel visschen heeft uw broeder ge-
vangen {pris) ? — Hij heeft tien visschen gevangen in