Boekgegevens
Titel: Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Auteur: Valkhoff, J.N.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1898
15e, herz. druk
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1037
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202104
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Vorige scan Volgende scanScanned page
124.
(nkf) dorst, zij heeft water gedronken uit {in) een glas.
Wat hebt gij in de courant gezien} — Ik heb niets
gezien. Hebt gij nooit eene courant gelezen? — Ja,
mijnheer, dikwijls.
103.
Onze zeelieden hebben de vloot der Engelschen geno-
men. Vele dezer zeelieden hebben toen het leven {/a vie)
verloren. Zij hebben voor hun vaderland gestreden. Zijt gij
reeds buiten geweest ? — Neen, ik ben nog niet buiten ge-
weest. Gij hebt de bladeren der boomen nog niet gezien. Ik
heb buiten niets gezien. Hoeveel jaren zijn er {y a-t-il) in
eene eeuw ? Hoeveel dagen zijn er in eene week ? Hoeveel
maanden zijn er in een jaar? Zijn er vijftig bladen in dit
boek? — Meer dan vijftig, mijnheer. Gij hebt gelijk,
mevrouw, uw zoon is Zondag in (a) de kerk geweest.
Twee en Twintigste Les.
ALGEMEENE HERHALING.
Woorden om
De dood,
de lade,
eene boot,
de vesting,
de haven,
de deur,
de gevangene,
gevangen,
het leven,
de tijding,
de steen,
van buiten te
la mort,
le tiroir,
un bateau,
la forteresse,
le port,
la porte,
le prisonnier,
prisonnier,
la vie.
la nouvelle,
la pierre.
leeren :
de zomer,
in den zomer,
de winter,
in den winter,
de herfst,
in den herfst,
de lente,
in de lente,
de muur,
geopend,
l'été (m).
en été.
l'hiver {m.).
en hiver,
l'automne (m.)
(pr. tone).
en automne,
le printemps.
au printemps,
le mur, la muraille,
ouvert.