Boekgegevens
Titel: Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Auteur: Valkhoff, J.N.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1898
15e, herz. druk
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1037
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202104
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Vorige scan Volgende scanScanned page
1
32
boeren. Op de banken in de scholen. In {dans) de ste-
den van Engeland. In {en) vier steden van Frankrijk.
De drie broeders van Leentje. De vier zusters van Karei.
De negen paleizen van den graaf. De tien scholen der
stad. Heeft Willem de vier paleizen der hoofdstad gezien ?
De hertogen en de graven van Duitschland.
45-
De Franschen hebben tegen de Duitschers gestreden.
Drie geneesheeren der stad. Jan en Karei hebben prij-
zen ontvangen. Heeft de zuster de vensters der kamers
gesloten? Hebben de legers gestreden? Hebben de
legers der Franschen gestreden tegen de legers der Duit-
schers ? Waar zijn Willems boeken ? Waar zijn de kinderen
van Antje? — Antjes kinderen zijn in Italië.
Twaalfde Les.
Wij hebben over het bepalend en het niet bepalend lidwoord ge-
sproken. Nu zullen we nog over een ander lidwoord handelen, dat
ge wellicht nooit hebt hooren noemen, omdat men het in 't Neder-
landsch niet kent. Ik bedoel het deelend lidwoord of article partitif.
Du, de la, de 1' en des zijn deelende lidwoorden, die de Fran-
schen altijd vóór de naamwoorden plaatsen, als zij van eene onbe-
paalde hoeveelheid spreken. In onze taal zeggen wij b.v.: Piet
heeft wijn, brood, vleesch, zonder lidw., niet waar? — Dat
doen de Franschen niet. Zij zeggen: Piet heeft van den wijn,
van het brood, van het vleesch, juist alsof zij wilden zeggen:
Piet heeft niet al den wijn, al het brood, al het vleesch, maar een
gedeelte er van.
Dat du, de la, de /' en des heet dan deelend lidwoord.
Vóór een woord, dat manl. enk. is, gebruikt men du.