Boekgegevens
Titel: Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Auteur: Valkhoff, J.N.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1898
15e, herz. druk
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1037
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202104
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Vorige scan Volgende scanScanned page

officieren in de hoofdstad gezien? Leentje, waar is het
zout? — Mevrouw, het zout is op de tafel. De vader
heeft drie huizen in de stad. Vóór het huis van den
dokter. Vóór het paleis van den hertog.
39.
Lodewijk is de broeder van Leentje. Lodewijk en
Karei zijn de broeders van Grietje. Grietjes broeders
zijn te Weenen. Heeft hij de scholen gezien? Heeft de
hertog de brieven geschreven? Heeft de Engelschman de
brieven ontvangen? Hebben de leerlingen der school de
prijzen ontvangen? Heeft de kruidenier de koffie en de
thee verkocht? — Ja, mijnheer, en hij heeft ook de sui-
ker en het zout verkocht. Grietje heeft de lessen gekend.
40.
De steden der landen. De prijzen der leerlingen. De pa-
leizen en de stations der steden. De koningen der landen. De
graven en de hertogen in de paleizen der hoofdstad. De
lessen der leerlingen van de school. De vaders en de moe-
ders der kinderen. De broeders en de zusters der boerin.
De officieren des legers. De kruideniers in de steden.
41.
De vloten en de legers van de koningin. De paraplu's
en de parasols der zusters. De degens der officieren.
Wij hebben de degens aan de officieren gegeven *).
*) Volzinnen, als: wij hebben de degens aan de ojfficieren gegeven, zullen u wel
wat moeite geven, wat de plaatsing van \ voorwerp en de bepaling heix^iï. Ziehier
•eenige practische en eenvoudige wenken, later zullen wij u alles uitvoeriger verklaren.
1. Als voorwerp en bepaling even lang zijn, plaats dan U voorwerp eerst.
2. Daar de welluidendheid meestal omtrent de plaats van voorwerp en bepaling
beslist, zet men het voorwerp vóór, als 't kleiner is dan de bepaling-, men zet het
achter, als de bepaling kleiner is dan het voorwerp.