Boekgegevens
Titel: Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Auteur: Valkhoff, J.N.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1898
15e, herz. druk
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1037
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202104
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Vorige scan Volgende scanScanned page
11
le nv.
2e nv.
3e nv.
4e nv.
du voisin.
au voisin,
le voisin.
Vierde les.
Verbuiging heeft men in 't Fransch niet. Van naamvallen is der-
halve in die taal geen sprake. In plaats van verbuiging heeft men
de voorzetsels van (de) en aan (à). Ik zal u dit door een voorbeeld
duidelijk maken en het woord voisin, buurman voor u verbuigen.
Enkelvoud, Singulier.
Manlijk, Masculin,
De buurman , le 7)oisin.
Des buurmans of van
den buurman,
Den buurman of aan
den buurman,
Den buurman,
Wij zien uit het bovenstaande, dat de vierde naamval gelijk is
aan den eersten, en dat men in het Fransch in den 2en en in den
3en nv. de voorzetsels de en à gebruikt heeft, waar men in *t Neder-
landsch het lidwoord en het naamwoord verbuigt. Gij zult opmer-
ken , dat ge geen de of à ziet staan, dat men anders de le voisin
en à le voisin had moeten zeggen en niet du en au voisin.
Zeer juist; maar men heeft de le tot du, à le tot au samengetrok-
ken. Het zou dus zeer verkeerd zijn, als men b.v. aan den broeder
door à le frère vertaalde, hoe moet het zijn?
Verbuig nu eens op dezelfde wijze, als ik u met le voisin heb voor-
gedaan, de woorden: le tailleur^ de kleermaker ; le boulanger, de bak-
ker; le tapissier, de behanger; le roi, de koning en le frère, de broeder.
de boer, le paysan, de zoon, le fils.
de boerin , la paysanne. de dochter, het
meisje, la fille.
de timmerman, le charpentier.
de neef, le cousin, le neveu. *)
de nicht, la cousine^ la nièce. *)
00k, aussi.
de kok, le cuisinier.
de keukenmeid, la cuisinière.
het paard, le cheval.
met, avec.
*) Neven noemen elkander cousin; een oom noemt zijn' neef en zijne nicht
neveu en nièce. Nichten noemen elkander cousine; eene tante noemt haren neef en
hare nicht neveu en nièce.