Boekgegevens
Titel: Premières lectures françaises: servant d'introduction au "Manuel de lecture et de conversation"
Auteur: Valkhoff, J.N.
Uitgave: Groningue: P. Noordhoff, 1890
15e éd; Oorspr.: 1874
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1208
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202089
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Premières lectures françaises: servant d'introduction au "Manuel de lecture et de conversation"
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
„Ceux qui veulent déjeuner doivent donner un
sou.
Les enfants s'empressaient de rendre le sou, et
Rosambeau économisait un repas.
Singulière économie domestique, zonderlinge spaarzaamheid in
't huishouden. Certain, zeker. L'acteur, de tooneelspeler. Une
nombreuse famille, een talrijk gezin. A donner à souper, 's avonds
eten te geven. Un procédé, een 7niddel. Décider, over te halen.
Se coucher, naar bed gaan. Sans, zonder. Souper, avondeten.
Ceux, zij. Voudront, willen. Un sou, een stuiver. Acceptaient,
namen aan. Le lendemain matin, den volgenden morgen. La faim
canine, de geeuwhonger. S'écriait, riep uit. Déjeuner, ontbijten.
Doivent, woefm. S'empressaient, haastten zich. Rendre, terug-
geven. Economisait, spaarde, haalde uit. Un repas, een maal-
tijd, een maal eten.
1. Vervoeg: J^uvais trouvé enz., bij eiken persoon
een ander verl. deelw. nemende.
3. Vervoeg ook: J^aurui un son enz., en neem bij
eiken persoon een ander zelfst. naamw.
3. Doe hetzelfde in den vragenden vorm.
4. Vervoeg: JiB JV'ylM rien à donner à souper à JWK^S)
enfants.
Verander de met VETTE letters gedrnkte woorden
naar den i>ersoon, b.v. ilc heb niets om aan mijne kin-
deren te eten te geven, qij hebt niets om aan uwe kin-
deren te eten te geven enz.
45. Le petit lapin.
Claire et Victorine.
Claire. Venez voir mon
joli petit lapin.
Victorine. Oh, le cher pe-
tit, il est tout blanc!
C. Il n'est pas du tout
farouche.
Lapin, konijntje. Venez voir,
kom kijken naar. Tout, heele-
maal. Pas du tout farouche,
volstrekt niet wild, schuiv. Est
venu ici, is hier gekomen. Qui
en avait plein un grand panier,
die er eene groote mand vol van
had. J'en suis fâchée, het spijt mij.