Boekgegevens
Titel: Vervolg van het algemeen leesboek en ordelijk onderwijs, voor de eerste behoefte der kinderen, in hunne onderscheidene omstandigheden en betrekkingen
Auteur: Thurn, Wilhelm Christoph
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, van de Grampel en Hanssen, 1825
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8611
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202086
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Ethische vorming, Socialisatie (bedrijven), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vervolg van het algemeen leesboek en ordelijk onderwijs, voor de eerste behoefte der kinderen, in hunne onderscheidene omstandigheden en betrekkingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
12 HEP KIND, Tn» AANZIEN ZIJNER
m. HET VERMOGEN VAN BEGEEREN.
I. i)E KWADE BEGEERI-IJKHEID,
Een jongeling van vijftien jaar verloor 2ija*
Vader, welke op hem, tot zijn welzijn, zeer
uaau vlettend acht gegeven had. Nu dacht hij
meer vrijheid te zullen bekomen; doch zijne
Moeder hield hem niet minder onder toezigt,
dan zijn Vader gedaan had. Dit fcheen hem
onveraragelijk, en hij nam bet befluit van weg
te loopen. Dertig uren van daar had hij
c n' neef; naar dezen wilde hij henengaan.
Hij ging ook werkelijk op reis; doch daar hij
flechts twee gulden in zijn' zak had, was zijn
geld fpoediï verteerd. Op het einde van den
derden dag wzat hij geen* duit meer, zoo min
als eene kruimel broods, en zijne reis had hij
nog oiaar half afgelegd. Nu reeds begon hij tc
begrijpen, dat hij eene dwaze daad gedaan had,
en bevond zich in 'de grootfte verlegenheid.
Hij kwam in een dorp, en zag eene fchoone
herberg voor zich; doch wat baatte hem dit ?
zonder geld kon hij daar niet ingaan. Dit
bedenkende, zag hij'een'molenaar aan deszelfs
huisdeur flaan; hij groette den man, en werd
vriendelijk weder gegroet; dit boezemde hem
vertrouwen in. Hy naderde, ftelde zijne om-
ftandigheden voor, en «roeg of hy dien nacht
bij hem onder huisdak mogt overbrengen. De
molenaar was een goedhartig man; hij nam
den jongen gewillig in, gaf hem tc eten, cn
maakte een bed voor hem gereed.
. Het gerucht »dat de molen maakte, bragt te
weeg,dat dc gast niet veel flapen konde. Al-
leriei gedachten en zorgen kwamen toen bij
hem op. Iittusfchen wordt hij, digt bij hem,
een