Boekgegevens
Titel: Vervolg van het algemeen leesboek en ordelijk onderwijs, voor de eerste behoefte der kinderen, in hunne onderscheidene omstandigheden en betrekkingen
Auteur: Thurn, Wilhelm Christoph
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, van de Grampel en Hanssen, 1825
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8611
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202086
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Ethische vorming, Socialisatie (bedrijven), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vervolg van het algemeen leesboek en ordelijk onderwijs, voor de eerste behoefte der kinderen, in hunne onderscheidene omstandigheden en betrekkingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ZIELSKRACHTEN. Heofdft. UI. 79
fiddcrde niet meer. Wees in het vervolg, zeide
zijn Vader, niet meer zoo vreesachtig. Gij
hebt nu ondervonden, welk een onaangenaam
gevoel de vrees is, en hoe ongegrond dezelve
was. Ieder onaangenaam gevoel moet men po-
gen te overwinnen j wijl men daardoor zich
zeiven benadeelt, zijne rust verftoort, en zijn
geluk vergiftigt.
6. getokl VOOR HET VERHEVENE EN SCHOONB.
Dezen nacht gaan n'y niet fepen, theodoor!
zeide zekere Vader tot zijnen tienjarigen zoon.
Waarom niet, Vader? vroeg deze. Wij zullen
ons eens in de groote werken der Natuur ver-
lustigen 3 om onze ziel kracht cn vrolijkheid te
geven, en dezelve te verheffen tot Hem, die dt
Schepper is van alles, vas het antwoord. 0 Va-
der! dit zal mij regt verheugen, zeide het
jongske. Het was juist in het midden van den
-zomer en zeer warm. Een ialryk gezel/chap
vergezelde hen. Deze vriendenkring had het ziek
Jen gewoonte gemaakt, eenige dagen van het jaar
af te zonderen, om de weldaden Gods in de
Natuur te gedenken. Thans werd het feest van
dm zomer gevierd. Men ging naar hutten^
leklom eenen heuvel, en legerde zich op het
malfche, gras, ef op het puweelen mos. Een ge-
deelte der maan vertoonde zich in het ■^>esten,
verlichtte dit tooneel, en helde ten ondergang.
Eene menigte viooltjes , aan den voet des keu-
vels , door de koelte van den nacht opgeloken»
vervulde de lucht met derzelver liefelijken geur*
Alles was fiil De wind, de naby gelegene zee »
ja de geheele Natuur, fcheen in gerusten flaap,
lètze eerbitdige flilte vtrd «Heen, nu tn danj,