Boekgegevens
Titel: Vervolg van het algemeen leesboek en ordelijk onderwijs, voor de eerste behoefte der kinderen, in hunne onderscheidene omstandigheden en betrekkingen
Auteur: Thurn, Wilhelm Christoph
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, van de Grampel en Hanssen, 1825
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8611
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202086
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Ethische vorming, Socialisatie (bedrijven), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vervolg van het algemeen leesboek en ordelijk onderwijs, voor de eerste behoefte der kinderen, in hunne onderscheidene omstandigheden en betrekkingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ZIELSKRACHTEN. HoofdJK III. 71
aardige .nolylce knaap. Kaatje, een meiSj'é
van drie jaren, hoorde dit, liep naar den va-
der, en zeide: Hoor eens, Vader! ik zal im-
mers niec fterven ? Ja gewis zult gij fterven ,
hernam de broeder. Aan de kinderziekte zal
die wel niet zijn, wanc die hebt gij reeds ge-
had; doch eenmaal zulc gij zeker fterven.
Hec meisje wendde zich wèdor tot den Va-
der, en zeide: Maar, Vader! ik zal toch nu
niec fterven. Wij willen wel niet hopen of
wenfchen, dat gij juist tut fterft, antwoordde
de Vader, gij zijc thans gezond, en kunt zelfs
nog lang leven; evenwrel heeft uw broeder
juist geoordeeld. Er komt eenmaal een tiid,
dat gü OQk fterfc. Doch zeg mij eens, zèidc
de Vader tot: frederik, van waar weetgydit?
Ik zie, gaf deze ten antwoord, dat er'zoo
vele menfchen fterven, groot en klein, jong
en oud. Maar, voer de Vader voort, gij, of
uwe zuster, zoudt toch wel eene uiczondèrinp:
kunnen maken. Gij kondec immers in het le-
ven blijven? Er worden wel vele menfchen
ziek; doch hoe vele blijven er daarentegen ge-
zond! Velen krijgen de kinderziekte; doch
hoe velen ook weder, die er van bevrijd bly-
ven! Bij gevolg kon hec immers ook gebeuren",
dat , offchoon er vele menfchen fterven, er ook
eenigen in het leven blijven ? Neen , Vader!
was het antwoord: men zegge wat men wil,
alle menfchen zullen fterven. Allen toch heb-
ben een Yergankelijk ligchaam. Het ligchaam
wordt oud; die zie ik aan bejaarde lieden;
en eindelijk gaac hec mee hetzelve, als met
eenen ouden boom. Er is thans immers, in
onzen geheelen omtrek, niei één mensch, die
voox twee honderd jaren geleefd heeft ? Zy ,
E 4 die