Boekgegevens
Titel: Vervolg van het algemeen leesboek en ordelijk onderwijs, voor de eerste behoefte der kinderen, in hunne onderscheidene omstandigheden en betrekkingen
Auteur: Thurn, Wilhelm Christoph
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, van de Grampel en Hanssen, 1825
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8611
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202086
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Ethische vorming, Socialisatie (bedrijven), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vervolg van het algemeen leesboek en ordelijk onderwijs, voor de eerste behoefte der kinderen, in hunne onderscheidene omstandigheden en betrekkingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
62 Het KIND, ten AANZIEN ZIJNER.
Latijnfche woorden van buiten, en wist nog
veie andere zaken. Dit kind onthield alles,
•wat het gehoord, gezien of geleerd had. Door
dit goede geheugen werd hec vroegtijdig vol-
leerd , en door allen , die hec zagen, of van het-
zelve hoorden, geprezen en bewonderd. Gij
kunt ook een goed geheugen verkrijgen, wan-
neer gij flechts wilt. Bij het dichtJiukje, dat
gij vari bulten zoudt lécren, moet gij wel
uwe aandacht vestigen op de zaken, die er in
voorkomen. Gij moet eerst denken aan de
viervoetige dieren, en in uwe gedachten dat-
gene op dezelve toepasfen, wat er van gezegd
worde. Even zoo doet gij met de vogelen,
de visfchen, de infekten, de op het land cn
in het water levenden, en eindelijk de wor-
men. [|it alles ftelt gij u regt levendig voor,
en gij ziflt het dichtftukjc ligtelijk onthouden,
en het van woord tot woord kunnen opzeg-
gen, wanneer gij wilt. Doe even zoo met
alles, wat gij leert, en het zal goed gaan."-
Karel volgde den raad van zijnen Vader,
en het ging ook werkelijk goed.
3. de verbeeldingskracht.
De Heer moor bekocht eens, met zijnen
achtjarigen pieter, de keirmis eener gtoote
ftad. De groote paardrijderstroep was er,
om zijne kunsten tc Vertoonen. De Vader
ging denzelven met zijnen zoon zien. Toen
zij weder te huis kwamen, zeide piïter. te-
gen zijne broeders en zusters: 0 Als gij op
de kermis geweest waa^^t» dan hadt gij vee!
fchoons gezien. Niet waar, Vader? Onbe-
grijpelijke kunsten. Die paardrijders waren
toch