Boekgegevens
Titel: Vervolg van het algemeen leesboek en ordelijk onderwijs, voor de eerste behoefte der kinderen, in hunne onderscheidene omstandigheden en betrekkingen
Auteur: Thurn, Wilhelm Christoph
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, van de Grampel en Hanssen, 1825
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8611
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202086
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Ethische vorming, Socialisatie (bedrijven), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vervolg van het algemeen leesboek en ordelijk onderwijs, voor de eerste behoefte der kinderen, in hunne onderscheidene omstandigheden en betrekkingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
DIEREN EN PLANTEN. Hoofdfi. IL 55
Vader, toen zij te huis gekomen waren, om ook
eene boomkweekerij,welke eene zoo aangename
cn nu tige bezigheid opleverde, aan te leggen.
6. DE BOOMSCHENDERS.
In den omtsek van een zeker vlek zamelde
men zeer weinig ooft in, niettegenftaande
het land aldaar zeer vruchtbaar was. D«
Overheid dezer plaats gnf daarom het wijze
bevel , dat ieder landman en grondeigenaar
van vier tot zes jonge boomen zoude aanleg-
gen. Hieraan werd voldaan; doch er waren,
daar ter plaatfe, zoo veel boomfchenders, dat
wel de helft der nieuw aangelegde boomen in
korten tijd vernield werd. Deze boomfchen-
'ders waren meerendeels jonge booswicnten ,
die dezelve affneden en fchilden, of uit en-
kele baldadigheid, of uit boosaardig^iieid, cm
zich heimelijk wraak te verfchaffcn tegen
dengenen, door wien zy dachten bcleedigd le
zijn, L'der regtfchapen mensch bedroefde /ich
.wegens deze misdadige overtredingen. Uit
gaf der Overheid aanleiding tot het doen afkon-
digen van de volgende geltrenge verordenii g:
,, Hcc befchadigen van jonge boomen ver-
raadt een zeer fleclit hart. Die zich aan dit
fchi;ndige beirijf fchuldig maakt, brengt an-
deren vele jaren fchade toe, daar hij hun hec
middel van beftaan ontroofi, dat ^ij door
hunne boomen zouden kunnen genieten. Hij
benadeelt, reizende perfonen, die hier door-
trekken, en , onder de fchaduw dier boomen,
rust en befchutting, tegen regen, ftorm en hitte,
zouden kunnen vinden. Hij brengt zich zelven
nadeel toe, dewijl hij zich zelven insgelijks
van die voordeelen en dat genoegen berooft.
D 4 D»ar