Boekgegevens
Titel: Vervolg van het algemeen leesboek en ordelijk onderwijs, voor de eerste behoefte der kinderen, in hunne onderscheidene omstandigheden en betrekkingen
Auteur: Thurn, Wilhelm Christoph
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, van de Grampel en Hanssen, 1825
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8611
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202086
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Ethische vorming, Socialisatie (bedrijven), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vervolg van het algemeen leesboek en ordelijk onderwijs, voor de eerste behoefte der kinderen, in hunne onderscheidene omstandigheden en betrekkingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
40 hit KIND, in zijk GEDRAG JEGENS
»iet meer gaan ^ maar moest beftendig zitten ^
en zich door anderen laten optillen en drage».
Zoo leefde hij nog vijf m twintig jatr/ als
een ellendige verminkte, tot een waarfchuwend
voorbeeld voor anderen. lederen jongen knaap ,
die by hem kwam , hield hij den pUgt van harm'
ksrtigheid jegens de dieren voor.
God keurt een fchuldloos dier geenszins zijn zorg
onwaard',
Któr zijn Voorzienigheid het voedrel fchenkt bij 't leven,
Hij, die hetmartlen diirft, van menschlijkheid ontaard ,
Heeft tegen Hem het ïwaard des oorlogs opgeheven.
5. voorzigtxgheid omtrent paarden.
Jakob ging met een' zijner makkers naar
de fchool. De weg derwaarts liep langs eene
ftalling. Daar ftonden verfcheidene paarden
vastgebonden. Zij gingen achter de paarden
om. Jakob , die veel van paarden iiield,
ging naar een van dezelve, en liefkoosde
het. Doch dit paard was valsch; het lloeg
achteruit, en tegen het been van Jakob.
Ongelukkig viel deze achter het paard neder,
hetwelk hem zulk een' flag tegen het hoofd
gaf, dat de herfenpan van het knaapje brak.
Men droeg den ongelukkige voor dood naar
huis; alwaar hij, onder verfchrikkelijke fmar-
tCH, en het gefchrei van ouders, broeders
en zusters, den geest gaf.
Men moet niet fpelen met paarden, rog
minder ftoeijen; en wanneer men dezelve
▼oorbij moet gaan, is het beter dit te doen
▼oorby den kop, dan van achteren. Boven-
dien mo»t men de dieren di^r naderen, waar
zij