Boekgegevens
Titel: Vervolg van het algemeen leesboek en ordelijk onderwijs, voor de eerste behoefte der kinderen, in hunne onderscheidene omstandigheden en betrekkingen
Auteur: Thurn, Wilhelm Christoph
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, van de Grampel en Hanssen, 1825
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8611
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202086
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Ethische vorming, Socialisatie (bedrijven), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vervolg van het algemeen leesboek en ordelijk onderwijs, voor de eerste behoefte der kinderen, in hunne onderscheidene omstandigheden en betrekkingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
"dieren en planten^ Hoofdfl, h.
infchoten., dienden zy tot fpeelgoed der kin-
deren, die hen door honger, of wreede be-
handeling, -deden omkomen. Daardoor werden
deze vogelen bijna gih^fcl' uitgeroeid'; 'öf zy
verlieten het oOrd, .wijl men hen niet met
vrede liet -Doch nu vermcm'gvutdigdtn zich
de rupfen «p eene buitengewone wijze. Hare
vijanden, de musfchèn, eh ändere foonen van
vogelen, wier -voedfcl grootendecls in rupfen
beitrat, waren verdelgd, Eene onbegrijpelijke
menigte van rupfen vcrniejde nu de bloefems
der boomen en alle moeskruiden. Niettegen-
ftaande deze ftreek lands- rijk in vruchtboomen
en allerlei groerten was,- -kon men bijna niets
inoogsten. Door fchadealzoo geleerd hebbende,
zag men eindelijk in,'dat alle foorten van die-
ren noodwendig zijn; dat door de verdelging,
van de eene foort de «ndere zich te zeer
vermeerdert, en alzoo den menfchen fchadelijk
wordt. Toen begon men eenige foorten van
deze vogelen weder aan te kweeken. Zoodra
deze nu tamelijk in getal wafen toegenomen,
verminderden ook dp rupfen, waardoor een
overvloed van ooft en moeskruiden de nien-
fchen weder begon te verheugen.
Geen wonder , dat een man zijn' medemensch Itan martlen *
Daar hij, nog flechts een kind, dat fehuldeloos gcdiert'
Verminken kon , en 't wreed aan zijnen voet zien fpartjen ,
Dat anders bosch en wei tot vreugde wekt en flert;
Geen wonder, dat zijn hart zich fluit voormededoogen,
Daar hij, nog flechts eea kind, voor 's moeders treu-
rende oogen,
Het weerloos jojig ontfchaakte, en dat uit louter fpjl.
o Mcnsch! wacht u om ooit een fchuldloos dier te kwellen ;
Wanneer htt u verlaat, wie zal 't verlies herftellen ?
Vsrftcort gij de Natuur ^Jpcdenk'; zij wreekt zich weil
2. OW"