Boekgegevens
Titel: Vervolg van het algemeen leesboek en ordelijk onderwijs, voor de eerste behoefte der kinderen, in hunne onderscheidene omstandigheden en betrekkingen
Auteur: Thurn, Wilhelm Christoph
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, van de Grampel en Hanssen, 1825
4e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8611
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202086
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Ethische vorming, Socialisatie (bedrijven), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vervolg van het algemeen leesboek en ordelijk onderwijs, voor de eerste behoefte der kinderen, in hunne onderscheidene omstandigheden en betrekkingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
JEGENS ANDEREN. Hoofdß. I. 23
in zijn bijzijn. Wie een bkempje hai, gaf het
zijnen Leermeester ^ en if as verheugd ^wanneer h'^
het Jlechts met welgevallen aannam. Zoo werd
hij dagelijks onder net vrolijke geleide der kinde-
ren tot in de fchool vergezeld; Bij zijne voor-
drag t en zijn onderwijs was alles oog en oor.
Wanneer hij eene kleine gejchiedenis verhaalde ,
of een dicht- of zangftukje opgaf, was men als
verrukt van blijdfchap. Zoo beleefden dc kinde-
ren gelukkige dagen. Ieder verblijdt zich mg
over dien gelukkigen tijd zijner jeugd, waarin
hij door zulk een'> ^oorbeeldigen Leermeester tot
een waardig mensch en getrouw burger werd op-
geleid. Al zijne kerlingen danken hem nog in
liilte, en wenfehen, dat hem nimmer een onge-
luk bedroeven moge.
Uw vader fchonk u 't licht, hij zij met regt vereerd;
Doch die u 't levenspad, de ware wijsheid, leert.
Zij ook door u geacht: hij is uw tweede vader.
Hij leidt u 't waar geluk , en 't eeuwig heil, fteeds nader,
6. DE DANKBARE LEERLING.
In eene fchool waren eenige ondeugende,
zeer booze jongens, die de andere fcholieren
menigmaal aanzochten, om kwaad te doen. De
Schoollecraar ontdekte dat eindelijk, en on-
derrigtte zijne leerlingen wegens dc groote
nadeelen , welke de ondeugd voor hunne ziel en
hun ligchaam, in hun geheeleleven, hebben zou.
Hij brngt hun voorbeelden in menigte bij, om
hen daarvan te overtuigen. Ieder zag, dat het
welzijn zijner leerlirpen hem ter harte ging.
Jeder werd procrd, en nam het vaste belluit,
orn zich nimmer, zelfs niet in de eenzaam-
heid, iets te veroorloven, waarover bij zich
B 4 zou