Boekgegevens
Titel: Bijbelsche geschiedenissen voor catechisatiën, scholen en huisgezinnen
Auteur: Veen, S.D. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1899
7e dr
Opmerking: I: Oude Testament. - II: Nieuwe Testament
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8654
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202065
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsche geschiedenissen voor catechisatiën, scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
52
52. — DE HEILIGE SCHRIFTEN^.
Hetgeen in de vorige hoofdstukken verhaald is, weten wij
grootendeels uit dat gedeelte van den Bijbel, 't welk wij ge-
woonlijk het Nieuwe Testament noemen. Dit bevat 27 kleinere
en grootere geschriften, die op verschillende tijden door onder-
scheidene personen vervaardigd zijn. Het juiste jaartal der ver-
vaardiging van ieder geschrift is niet te bepalen. Ze zijn echter
alle van zeer hoogen ouderdom. — Naast deze geschriften zijn
er nog wel andere uit de eerste tijden van het Christendom,
maar zij hebben niet die waarde voor het christelijk geloof en
leven. Men was het er, onder de Christenen, eerst niet over
eens, welke geschriften de meeste waarde hadden. Langzamer-
hand kwam er echter meer eenstemmigheid en tegen het einde
der vierde eeuw waren nagenoeg allen het er over eens, dat
de boeken, die nu samen het Nieuwe Testament uitmaken, god-
delijk gezag hadden, kanoniek waren, en dat de andere geschrif-
ten daarmede niet gelijk gesteld mochten worden. Deze worden
apocryphen genoemd en bevatten nevens vele schoone dingen
toch ook vele fabelen en dwaze verhalen. Zij deelen ons ver-
schillende, weinig betrouwbare bijzonderheden mede over Jozef,
Maria, Nicodemus, de Apostelen en anderen, vooral ook over
de jeugd van Jezus en over hetgeen er tusschen Zijnen dood
en de uitstorting des Heiligen Geestes is voorgevallen. Zij zijn
onder de Protestanten lang zoo bekend niet als de apocryphen
van het Oude Testament. — Het Nieuwe Testament bevat dus
27 kanonieke boeken. Deze zijn óf van historischen aard óf
brieven, terwijl er slechts één boek is, dat wij profetisch kun-
nen noemen, nl. de Openbaring van Johannes. De historische
boeken zijn: de 4 Evangehën en de Handelingen der Apostelen.
Van de 21 brieven zijn 14 van Paulus, als namelijk de brief
aan de Hebreen, van welke de schrijver zich niet noemt, ook
aan hem wordt toegekend; i van Jacobus, den broeder des
Heeren; 2 van Petrus; 3 van Johannes; en i van Judas,
ook een van 's Heeren broeders. — Met het Oude vormt het
Nieuwe Testament den Bijbel (biblia, d. i. hoeken). Zij behooren
tezamen, want evenals het Nieuwe Testament zonder het Oude
niet recht begrepen kan worden, zoo kan ook veel uit het Oude
slechts door het Nieuwe Testament verklaard worden. Wij heb-
ben daarom gedurig den Bijbel te onderzoeken. Daaruit leeren
wij God kennen in Zijne liefde en genade; en Jezus Christus,
Zijnen Zoon, die in de waereld gekomen is, om zondaren zalig
te maken, wordt ons daarin gepredikt. Stellen wij daarom wat
God ons gaf op hooge waarde en danken wij Hem voor wat
wij, ook in deze Schriften, boven duizenden genieten. —
2 Cor. 3 : 5, 6; 2 Petr. i : 19—21; Matth. 5 : 17,--Gez. 36 : 5;
Ps. 119 : 3; Gez. 156 : 3.