Boekgegevens
Titel: Bijbelsche geschiedenissen voor catechisatiën, scholen en huisgezinnen
Auteur: Veen, S.D. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1899
7e dr
Opmerking: I: Oude Testament. - II: Nieuwe Testament
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8654
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202065
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsche geschiedenissen voor catechisatiën, scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
49
49- — PAULUS DE GEVANGENE.
(Hand. 21 : 17—28 : 31.J
Te Jeruzalem werd Paulus met blijdschap ontvangen. — Toen hij
eens in den tempel was, ruiden eenige Joden uit Azië het volk op,
zeggende, dat hij Grieken in den tempel gebracht en dien alzoo ont-
heiligd had. Men trok hem buiten den tempel en zou hem gedood
hebben, indien de overste Claudius Lysias hem niet aan het volk
ontrukt had. Daar deze meende, dat Paulus een Egyptenaar was, die
pas te voren oproer gemaakt had, nam hij hem gevangen. Paulus
lichtte hem echter beter in en kreeg verlof om tot het volk te spreken.
Eerst, toen hij zijne levensgeschiedenis verhaalde, luisterde men,
maar toen hij sprak van zijne zending tot de Heidenen, begon het
volk weer in beroering te komen. De overste bracht hem daarop naar
de legerplaats en wilde hem laten geeselen, maar, daar Paulus hem
zeide, dat hij een Romeinsch burger was, liet hij dit na. — Den vol-
genden dag werd Paulus voor den Joodschen raad gebracht. Daar
ontstond toen een hevige twist tusschen Sadduceen en Farizeön, zoo-
dat de overste Paulus al weer in veiligheid moest brengen. Toen nu
eenige (meer dan 40) Joden zich onder eede verbonden hadden om
Paulus te dooden en dit door een zusterszoon van Paulus aan den
overste bekend werd, liet deze hem onder gewapend geleide naar
Cesaréa brengen tot den landvoogd Felix. —- Daar bleef hij lang
gevangen. Felix hoopte, dat Paulus hem geld zou geven om losge-
laten te worden en liet, toen hij als landvoogd aftrad, hem gevan-
gen om daarmede den Joden gunst te bewijzen. Ook diens opvolger
Porcius Festus deed hem geen recht, zoodat hij eindelijk besloot,
zich op den keizer te beroepen. — Paulus werd nu naar Rome ge-
voerd, onder geleide van den hoofdman Julius, die zeer vriendelijk
jegens hem was. Te Sidon ging men scheep naar Myra in Lycië.
Daar ging men in een ander schip. De reis was zeer ongunstig. Na
allerlei tegenspoeden, leed men eindelijk schipbreuk bij het eiland
.Melite (Malta), waar men nu 3 maanden bleef Zeer vriendelijk werd
men daar ontvangen. Paulus genas daar ook kranken, o.a. den vader
van Publius, die de voornaamste van het eiland was. — Met een
schip , dat daar overwinterd had, ging men verder, tot men te Putéoli
landde. Daar werd Paulus hartelijk door de broederen ontvangen, bij
wie hij 7 dagen bleef Dicht bij Rome gekomen, kwamen de broede-
ren van daar hem reeds te gemoet. —• Te Rome bleef Paulus twee
jaar gevangen , maar hij genoot een tamelijke vrijheid. Hij mocht zelf
eene woning huren en die bewonen met een soldaat, die hem bewa-
ken moest. Ook mocht hij allen , die bij hem kwamen, ontvangen. Zoo
kon hij onverhinderd het Evangelie prediken en van Jezus Christus
getuigen. —• Of Paulus nog weer vrijgelaten is en daarna o. a. in
Spanje gearbeid heeft, is niet met zekerheid te bepalen. Hij is echter
toen of later te Rome onthoofd. — Rom- 8 : 38, 39; i Tim. 6 : 11;
2 Tim. 4:7.8.--Ps. 138 : 4; Gez, 28 : I; Ps. 91 : 7.
VAN VEEN, Bijb. GescJi. II. 7e druk. 4