Boekgegevens
Titel: Bijbelsche geschiedenissen voor catechisatiën, scholen en huisgezinnen
Auteur: Veen, S.D. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1899
7e dr
Opmerking: I: Oude Testament. - II: Nieuwe Testament
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8654
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202065
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsche geschiedenissen voor catechisatiën, scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
48
48. — PAULUS' DERDE ZENDINGSREIS.
(Hand. l8 : 23—21 : 17.)
Paulus bleef niet te Antiochië. Door Galatië en Frygië reizende,
ging hij naar Eféze. Daar woonde sedert eenigen tijd een Alexan-
drijnsche Jood, Apollos genaamd, een welsprekend man. Aquila
en Priscilla maakten hem met Christus bekend, en toen hij nu
naar Achaje vertrok, was hij daar zeer gezegend werkzaam en
overtuigde vele Joden, dat Jezus de Christus was. — Te Eféze
predikte Paulus eerst drie maanden lang in de synagoge, maar
toen men daar openlijk lasterde wat hij predikte, ging hij in de
school van een zekeren Tyrannus, waar hij gedurende twee jaren
eiken dag het Evangelie verkondigde. Ook genas hij te Eféze vele
kranken en dreef booze geesten uit. Langzamerhand ontstond zoo
te Eféze eene groote gemeente. — Paulus was nu voornemens,
door Macedonië en Achaje naar Jeruzalem en dan naar Rome te
gaan. Reeds had hij Timotheus en E r a s t u s naar Macedonië ge-
zonden, toen er te Eféze een oproer ontstond. Daar werden namelijk
vele voordeelen getrokken uit het vervaardigen van kleine zilveren
tempeltjes van eene godin Diana. Een zilversmid, Demétrius,
riep nu zijne vakgenooten samen en hield hun voor, dat door de
uitbreiding van het Christendom hun bedrijf groote schade leed.
Een algemeen geroep ontstond nu : Groot is de Didna der Efézeren !
Men trok Paulus' medgezellen, Gajus en Aristarchus, met zich
naar de schouwplaats. Paulus wilde tot het volk spreken, maar de
een riep dit en de ander dat. Eindelijk gelukte het den stadsschrij-
ver, Alexander, het oproer te dempen. — Paulus reisde nu door
Macedonië naar Griekenland, waar hij drie maanden bleef. Hij was
van plan verder naar Syrië te gaan, maar daar de Joden hem
lagen legden, keerde hij naar Macedonië terug. Van Eilippi voer
hij naar Troas. Daar sprak hij 's avonds vóór zijn vertrek tot de
vrienden. Zijne rede duurde tot middernacht en een jongeling,
Eût y chus, die in slaap gevallen was, viel van de derde zoldering
naar beneden en werd dood opgenomen. Paulus riep hem echter
in het leven terug. — Hij was nu voornemens, naar Jeruzalem te
gaan. Op zijne reis daarheen deed hij verschillende plaatsen aan,
o. a. Miléte, waar hij de ouderlingen van Eféze ontboden had, van
welke hij daar een hartroerend afscheid nam met ernstige waar-
schuwingen in het belang der gemeente. — Te Tyrus verliet Paulus
het schip. Hij bleef daar 7 dagen bij de broederen, die hem den
raad gaven, om niet naar Jeruzalem te gaan. Toch ging Paulus
verder te scheep naar Cesaréa, waar hij in het huis van den dia-
ken Fihppus zijn intrek nam. Daar was ook een profeet Agabus,
die hem voorspelde, dat hij te Jeruzalem gevangen genomen zou
worden. Hij liet zich echter daardoor noch door de beden zijner vrien-
den weerhouden, maar vertrok na eenige dagen naar Jeruzalem. —
Efez. 5 : 14; I Tim. 4 : 13: Hand. 20 : 32.--Gez. 152 : 6; Ps. 91 : 8; Gez 147 : 3.