Boekgegevens
Titel: Bijbelsche geschiedenissen voor catechisatiën, scholen en huisgezinnen
Auteur: Veen, S.D. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1899
7e dr
Opmerking: I: Oude Testament. - II: Nieuwe Testament
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8654
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202065
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsche geschiedenissen voor catechisatiën, scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
24. — DE SYRO-FENIGISCHE VROUW.
(Matth. 15; 16 : i—12; Marc. 7; 8 : i—21.);
Na de spijziging der 5000 is Jezus te Kapernatlm gebleven.
Wij weten echter niet, hoe lang. Het gerucht, dat van Hem uit-
ging, was oorzaak, dat Jeruzalemsche schriftgeleerden Hem daar
bezochten. Toen zij zagen, dat Zijne discipelen zich niet hiel-
den aan de inzettingen der farizeen, gaven zij hun ongenoegen
daarover te kennen. De Heer bestrafte hen zei ven echter, noemde
hen geveinsden en blinde, leidslieden des volks, die door hunne
inzettingen Gods geboden krachteloos maakten. —• Daarna vertrok
Jezus naar de landstreek, waar de steden Tyrus en Sidon lagen.
Het was Zijn doel niet, daar openlijk op te treden, en daarom
wilde Hij dan ook, dat niemand van Zijn verblijf aldaar iets
weten zou. Toch werd het bekend, dat Hij daar was. Er kwam
namelijk eene Grieksche vrouw, die uit Syro-Feniciö geboortig
was, tot Hem, met de bede : Heere, Gij Zone Davids, ontferm U
mijner! mijne dochter is deerlijk van den duivel bezeten. Zij vroeg
daarom den Heer, dat Hij haar kind zou genezen. Hij wilde
echter haar geloof beproeven. De beproeving des geloofs dient
namelijk tot geloofsversterking. De Heer antwoordde haar daarom
eerst in 't geheel niet. Toen de arme vrouw echter aanhield
en de discipelen zich er over ergerden, dat zij hun achterna riep,
zeide Jezus tot haar: Ik ben slechts tot de verloretic schapen van
het huis Israels gezonden. De vrouw liet zich hierdoor niet af-
schrikken, maar voor Jezus nedervallende, bad zij: Heere, help mij.
Schijnbaar gestreng zeide de Heer daarop: Het is niet betatnelijk,
het brood der kinderen te nemen en den hondekens voor te werpen.
Vol geloof en met vertrouwen antwoordde toen de vrouw: fa,
Heere, dat is zoo, maar de hondeketis eten toch ook va7i de brok-
jes, die er vallen van de tafel hunner heeren. De Heer was door
dit antwoord getroffen. Hij wilde haar geloof niet beschamen en
zeide daarom tot haar: O vrourei, groot is uw geloof; u geschiede
gelijk gij wilt. Verheugd ging deze vrouw toen heen en, tehuis
komende, vond zij haar kind genezen. Op 's Heeren helpende macht
en op Zijne liefde moeten wij geloovig vertrouwen, en niets, wat
ons ontmoet, mag ons ontmoedigen. Zij worden nooit beschaamd,
die op Zijn goedheid bouwen. — Van Tyrus en Sidon ging Jezus
naar de omstreken van Dekapolis, waar Hij een doofstomme genas,
door de vingers in diens ooren te steken en zijne tong aan te
raken; terwijl Hij daarna 4000 mannen spijzigde. — Al deze tee-
kenen waren voor de farizeen nog niet voldoende. Zij wilden
niet in Hem gelooven, maar in hunne vijandschap zochten zij
Hem kwaad te doen. Dit gaf den Heer aanleiding om Zijne disci-
pelen voor deze mannen te waarschuwen, die hunne harten moed-
willig verhardden. — Matth. 15 : 8, 9; Rom. 12 : 12: Jer. 17 : 9.--
Gez. 59 : 4: Ps. 130 : 3; Gez. 38 : 2.