Boekgegevens
Titel: Bijbelsche geschiedenissen voor catechisatiën, scholen en huisgezinnen
Auteur: Veen, S.D. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1899
7e dr
Opmerking: I: Oude Testament. - II: Nieuwe Testament
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8654
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202065
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsche geschiedenissen voor catechisatiën, scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
IS
i8. — de farizeër en de zondares.
(Luk. 7 : 36—50; Marc. 14 : i—11 ; Joli 12 : 2—8.)
Hoewel de farizeen minachtend van Jezus zeiden: Deze ontvangt
de zondareti en eet met hen-, toch was Hij ook bereid, als men
Hem vroeg, bij farizeen aan tafel te zitten. Hij was immers op
aarde gekomen om allen, die zulks verlangden, tot een zegen te
zijn. Eens had een farizeêr, Simon genaamd. Hem ter maaltijd
genoodigd. Terwijl Hij daar aan tafel aanlag, kwam eene vrouw
uit de stad, die eene openbare zondares was, in het huis, waar zij
gehoord had, dat Jezus zich bevond. Staande achter Zijne voeten
en weenende, begon zij Zijne voeten nat te maken met tranen,
en zij droogde ze af met het haar van haar hoofd, en kuste Zijne
voeten, en zalfde ze met de zalf, die zij in een albasten flesch
medegebracht had. De farizeêr ergerde zich daarover en dacht bij
zich zeiven: Als hij een profeet was, dan zou hij wel weten welk
eene slechte vrouw dit mensch is. Jezus, die zijne gedachten kende,
zeide tot hem: Een zeker schuldeischer had twee schuldenaars. De
een was hem 500, de ander 50 penningen schuldig. Geen van
beiden kon betalen. Toen schold hij hun het verschuldigde kwijt.
Wie van dezen, dunkt u, zal hem het meest liefhebben ? Simon
antwoordde daarop: Ik acht dat hij het is, dien het meeste is
kwijtgescholden. Dat was goed geantwoord. Toen zeide de Heer:
Ziet gij deze vrouw? Ik ben in uw huis gekomen en gij hebt mij
geen water gegeven om mijne voeten te wasschen, zooals anders
toch altijd de gewoonte is. Zij daarentegen heeft ze nat gemaakt
met hare tranen. Gij hebt mij geen kus, als teeken van vriend-
schap, gegeven. Zij heeft niet opgehouden mijne voeten te kussen.
Gij hebt mijn hoofd niet met olie gezalfd. Zij heeft mijne voeten
met zalf gezalfd. Zoo heeft zij mij hare liefde getoond en hare
begeerte om mij te dienen. Daarom zeg ik u: hare vele zonden
zijn haar vergeven, want zij heeft veel liefgehad. Tot de vrouw
zelve zeide Jezus nu ook: Uwe zonden zijn u vergeven. En toen
de andere gasten zich daaraan ergerden, zeide Jezus tot de vrouw:
Uw geloof heeft u behouden, ga heen in vrede. Dit verhaal leert
ons, dat Jezus overal bereid was, zondaren te ontvangen en te
helpen. — Weinige dagen vóór Zijn dood is Jezus wederom ten
huize van een zekeren Simon, die melaatsch geweest was, gezalfd
met zeer kostelijke zalf uit een albasten flesch. Dit geschiedde te
Bethanië, door Maria, de zuster van Lazarus en Martha. Toen
ergerden zich de discipelen, en vooral Judas, er over, dat dit
geschiedde, want die zalf had voor 300 penningen verkocht en
het geld den armen gegeven kunnen worden. De Heer noemde
wat Maria deed echter een goed werk en zeide, dat haar naam
hierom in gedachtenis blijven zou. De discipelen vergaten, dat
voor den Heer niets te goed of te duur is. Hem komt alles toe. —
Rom. 3 : 12; I Tim 1:15; Matth. 26 : 11.--- Gez. 39:4; Ps. 32: i: Gez. 65 ; 8.