Boekgegevens
Titel: Bijbelsche geschiedenissen voor catechisatiën, scholen en huisgezinnen
Auteur: Veen, S.D. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1899
7e dr
Opmerking: I: Oude Testament. - II: Nieuwe Testament
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8654
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202065
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsche geschiedenissen voor catechisatiën, scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
is- — jezus' gelijkenissen.
(Matth. 13; Luk. 14.)
Bij zijn onderwijs maakte Jezus zeer veel gebruik van gelijkenis-
sen. Hij deed dit, omdat velen Hem anders niet zouden begrijpen en
voorbeelden noodig hadden, om te verstaan wat Jezus bedoelde. —■
Eens, aan het strand van de Galilésche zee gezeten zijnde, sprak
Hij tot de schare aldus: Ziet, een zaaier ging uit om te zaaien.
Een deel van het zaad viel bij den weg en de vogelen aten het op.
H)en ander deel viel op steenachtige plaatsen; het kwam wel op,
maar omdat het geen wortel kon schieten verdorde het, toen de zon
was opgegaan. Weer een ander deel viel in de doornen en deze
verstikten het. Een deel eindelijk viel in goede aarde en wies op
en bracht vrucht voort: honderd-, zestig- of dertigvoud. Met het
zaad bedoelde de Heer het woord Gods, het zaaien was de predi-
king daarvan. Het kwam nu op de gesteldheid van het hart aan,
of deze prediking vergeefs of vruchtbaar zou zijn. — Verder sprak
de Heer: Het koninkrijk der hemelen is gelijk aan een mensch,
die goed zaad zaaide in zijnen akker. Des nachts kwam zijn vijand
en zaaide onkruid midden in de tarwe. Bij het opschieten van de
tarwe openbaarde zich ook het onkruid. Zijne dienstknechten wil-
den nu dit laatste uitroeien, maar hij liet hun dit niet toe, omdat
zij lichtelijk met het onkruid ook de tarwe zouden uittrekken.
Beide moesten opwassen tot den oogst; dan zou hij zijnen maaiers
last geven, het onkruid te verbranden en de tarwe in de schuur
te verzamelen. — De Heer vergeleek voorts het koninkrijk der
hemelen met een mosterdzaad, dat maar klein is, maar waaruit iets
groots voortkomt; bij een zuurdeesem, die, hoe gering ook, toch
het geheele deeg doortrekt en zuurt; bij een schat in den akker,
die waardig is, dat men om haar te verkrijgen alles opoffert; bij
een koopman, die een paarl van groote waarde vindt en, om haar
te kunnen koopen, alles verkoopt wat hij heeft; bij een vischnet,
dat, in zee geworpen, allerlei soorten van visschen samenbrengt. —■
Dat men, om Jezus te volgen en deel te hebben aan Zijn konink-
rijk, alles verloochenen moet, toonde de Heer in de gelijkenis der
verontschuldigingen. Een zeker heer bereidde een groot avondmaal
en noodde er velen. Toen hij nu zijn dienstknecht uitzond om hen
te zeggen, dat alles gereed was, verontschuldigden zij zich. De een
had een akker gekocht en moest dien gaan bezien; een ander had
vijf juk ossen gekocht en ging heen om die te beproeven; weer
een ander had eene vrouw getrouwd en meende daarom niet te
kunnen komen. Toen de heer dit hoorde, werd hij zeer toornig. Hij
zond zijn dienstknecht uit, eerst in de straten en wijken der stad,
daarna in de wegen en heggen, om armen en ongelukkigen tot het
avondmaal te roepen, want hij wilde, dat zijn huis vol zou worden.'
Van de genoodigden zou echter niemand het avondmaal smaken. —
Matth. 13 : 12; Joh. 5 : 24; Luk. 14 : 27.--Ps 100; Gez. 59 : i; Ps. 103 : 9.