Boekgegevens
Titel: Bijbelsche geschiedenissen voor catechisatiën, scholen en huisgezinnen
Auteur: Veen, S.D. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1899
7e dr
Opmerking: I: Oude Testament. - II: Nieuwe Testament
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8654
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202065
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsche geschiedenissen voor catechisatiën, scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
5- — JEZUS' JEUGD.
(Luk. 2 : 40—52.)
Uit den Bijbel is ons van Jezus' jeugd maar zeer weinig bekend.
Wel bevatten sommige zoogenaamde aporcryphe evangeliën enkele
bijzonderheden daarvan, maar deze dragen het kenmerk in zich
van niet geloofwaardig te zijn. Één voorval uit Jezus' eerste levens-
jaren wordt ons slechts verhaald door den evangelist Lukas. Alle
jaren gingen Jozef en Maria, als vrome Israëlieten, bij gelegenheid
van het paaschfeest, naar Jeruzalem. Toen Jezus den leeftijd van
twaalf jaar bereikt had, ging Hij voor het eerst ook mede, gelijk
de gewoonte was. Zijne ouders onttrokken Hem niet aan de deel-
neming aan den openbaren eeredienst. Ook voor kinderen is het
noodig, den Heer te dienen. Gelukkig, als de ouders hun daarin
voorgaan. — Toen het feest afgeloopen was keerden Jozef en Maria
weer huiswaarts; maar Jezus bleef achter te Jeruzalem. Dat wisten
zij echter niet, doch zij maakten zich eerst ook niet ongerust toen
Hij niet bij hen was, want zij dachten, dat Hij bij het gezelschap
op den weg was. Nadat zij zoo den geheelen dag gereisd hadden,
kwamen zij 's avonds aan eene rustplaats. Daar Jezus toen nog
niet bij hen was, begonnen zij Hem te zoeken bij de familieleden
en bij de bekenden, die met hen reisden, maar zij vonden Hem
natuurlijk niet. 't Is te begrijpen dat zij bezorgd werden, hoewel
zij dat eigenlijk niet hadden behoeven te wezen, omdat zij wisten,
dat Jezus zich nimmer op verkeerde wegen begaf en nog nooit
hun ongehoorzaam geweest was. Naar Jeruzalem teruggekeerd,
zochten zij Hem daar ook eerst te vergeefs, maar eindelijk, op den
derden dag, vonden, zij Hem in den tempel. Daar zat Jezus in het
midden der leeraars, naar welke Hij luisterde en die Hij ondervroeg.
Hij sprak tot hen met zooveel wijsheid, dat allen, die Hem hoor-
den, zich verwonderden over Zijn verstand en over de antwoorden,
die Hij gaf op de vragen , welke men Hem deed. Ook Jozef en Maria
waren verbaasd, toen zij Hem daar vonden. Zijne moeder zeide
echter tot Hem: Kind! waarom hebt gij ons zoo gedaan? zie, uw
vader en ik hebben u met angst gezocht. Jezus, die Zijne roeping
gevoelde om zich met goddelijke zaken bezig te houden, vond het
vreemd, dat zij Hem gezocht hadden. Toen zij Hem niet zagen,
hadden zij moeten begrijpen, dat Hij in den tempel was. Hij zeide
dan ook tot hen: Wat is het, dat gij mij gezocht hebt? wist gij
niet, dat ik moest zijn in de dingen mijns Vaders? Zij begrepei)
dit woord echter toen nog niet. — Jezus keerde nu met hen terug
naar Nazareth. Wij lezen van Hem, dat Hij Zijne ouders onder-
danig was. 't Ware te wenschen, dat dit van alle kinderen, groote
en kleine, gezegd kon worden. Ook nam Hij, terwijl Hij opgroeide,
toe in wijsheid en in genade bij God en de menschen. Is zulk
eene toeneming ook aan ons te zien? — Ps. 26 : 8; Joh. 4 : 34;
Exod. 20 : 12.--Ps. 122 : I; Gez. 62 : 9; Tien Geb. des H. : 6, 9.