Boekgegevens
Titel: Bijbelsche geschiedenissen voor catechisatiën, scholen en huisgezinnen
Auteur: Veen, S.D. van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1899
7e dr
Opmerking: I: Oude Testament. - II: Nieuwe Testament
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8654
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202065
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Bijbelse geschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bijbelsche geschiedenissen voor catechisatiën, scholen en huisgezinnen
Vorige scan Volgende scanScanned page
4. — DE WIJZEN UIT HET OOSTEN.
(Matth. 2.)
Na de voorstelling in den tempel kwamen er eenige wijzen uit het
Oosten te Jeruzalem. Hoevelen er waren en hoe zij heetten, wordt
ons niet gemeld. De Roomsche Kerk echter zegt, dat het drie konin-
gen waren, en noemt hen Balthasar, Caspar en Melchior. —
Deze wijzen deden te Jeruzalem navraag, waar de geboren koning
der Joden was, want, zeiden zij, wij hebben gezien zijne ster in
het Oosten en zijn gekomen om hem te aanbidden. Dit kwam ook
aan koning Her od es ter ooren en deze werd daardoor ontroerd,
temeer omdat heel Jeruzalem van deze mannen sprak. De Koning
dacht terstond aan den Christus, van wien ook voorspeld was, dat
Hij over Israël zou heerschen. Hij raadpleegde daarom de schrift-
geleerden en vroeg hun, waar de Christus zou geboren worden. Zij
gaven hem te kennen, dat de profeet (Micha) Bethlehem, in Judea,
als de plaats Zijner geboorte genoemd had. — Toen riep Herodes
de wijzen heimelijk bij zich, ondervroeg hen nauwkeurig en zond
hen naar Bethlehem, om daar naarstig onderzoek te doen naar
dat kind en, als zij het gevonden hadden, hem daarvan bericht
te brengen. Hij wilde dan ook gaan en het aanbidden , zeide hij. Maar
dat was een leugen. — De wijzen gingen daarop heen. Ook nu
wees God hun door de ster den weg en ook de plaats, waar zij
Jezus vonden met Maria. Zij waren daarover zeer verblijd, vielen
voor het kindeke neder, aanbaden het en gaven het geschenken:
goud en wierook en myrre. — Toen de wijzen terug wilden keeren,
vermaande God hen in den droom om langs een anderen weg, en
dus niet over Jeruzalem, te gaan. Ook aan Jozef werd door een
Engel in den droom bevolen , met Maria en het kind naar Egypte
te vluchten, omdat Herodes het kind zou zoeken te dooden. Zoo-
wel de wijzen als Jozef deden wat de Heer hun geboden had. —
Daar de wijzen niet terugkeerden, zag Herodes, dat hij door hen
misleid was. Hij werd daarop zeer toornig en gaf bevel, dat alle
kinderen in Bethlehem en omstreken, van twee jaren en daaronder,
gedood zouden worden. Hij had namelijk van de wijzen vernomen,
dat Jezus nog niet ouder dan twee jaar kon zijn. Toen aan zijn
wre=d bevel, dat hij uit vrees voor den geboren koning der Joden
gegeven had, voldaan was, zal hij wel gemeend hebben, dat Jezus
ook dood was. Maar daarin bedroog hij zich, want Jozef en Maria
waren met het kind reeds in Egypte. Zoo waakte de Heer en be-
schaamde -Hij tevens de list van Herodes. Voor wie de Heer zorgt,
die is veilig, als hij doet wat God zegt. — Eerst na den dood van
Herodes beval (5od Jozef, in den droom door een Engel, naar het
Joodsche land terug té keeren met Maria en Jezus. Zij gingen
toen echter niet naar Bethlehem, maar vestigden zich te Nazareth
een stadje in Galiléa. — Ps. 72 : 11: Spreuk. 12 : 22; Job 5 : 12.--
Lofz. V. .Simeon : 2; Ps. 72 : 6, 11; Gez. 20 : 6, 7.