Boekgegevens
Titel: De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Deel: 1e stukje
Auteur: Veenendaal, E.J.; Zanten, Jacob van
Uitgave: Utrecht: Kemink & Zoon, 1891 *
3e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8642
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202057
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
96
zonken zij, het hoofd voorover, in het water, en het spiegel-
vlak trilde en fronste zich sterker dan ooit.
Weêr waart gij het, o Beek! die mij wildet troosten, maar
ik verstond u niet. Ik verzette mij met al mijn kracht tegen
den man met het hakmes, tot mijn hart brak. Nu konden
mijn tranen wederom vloeien; zij baanden den weg voor
nieuwe loten. En toen die uitsproten, was mijn vreugde wel
groot, maar de nieuwe wonde werd niet hersteld. Telkens
als ik mijn loten wederom moest opofferen, scheurde mijn
hart verder; maar langzamerhand leerde ik reeds bij 't grooter
worden der loten mijn hoop op de toekomst vestigen. Nu
kan mijn hart niet verder barsten, maar het riviertje omgeeft
mij steeds met liefde; mijn riviertje is mijn hoop.
Mijn armen heb ik ten hemel verheven, om den zegen te
ontvangen. Ik breid ze ter overgave uit, wetende, dat al
mijn hoop gevestigd is op de toekomst. „Nu afsterven, dan
herleven!"
XXXI.
De Steenrots.
Matth. VII: 24—27.
Al waart ook verwoesting in 't rond,
Al velt ook de woedende orkaan
Gebouwen op zandigen grond.
Het huis op de steenrots blijft staan.
Wie is de verstandige man.
Die bouwt op dat vast fundament.
Dat staat naar het Goddelijk plan.
En schudding noch wankeling kent?