Boekgegevens
Titel: De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Deel: 1e stukje
Auteur: Veenendaal, E.J.; Zanten, Jacob van
Uitgave: Utrecht: Kemink & Zoon, 1891 *
3e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8642
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202057
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
91
waar het zeer koud was, en de arme bewoners hard moesten
werken, om niet van honger om te komen. Zij droegen
gedeeltelijk huiden van dieren en gedeeltelijk kleederen, ge-
maakt van de uiterlijke bedekking van zeker viervoetig dier,
welks rug men nog bij zijn leven kaal sneed.
Zij woonden in huizen, die voor een gedeelte onder den
grond stonden. Tot bouwstof dienden stukken in het vuur
geharde aarde, en zoo verschrikkelijk waren de stormen en
regenvlagen in dat land, dat vele menschen hun daken
geheel met steenen bedekten. In de muren hunner huizen
waren gaten, om er het licht door te laten; maar om de
koude lucht en de vochtigheid buiten te houden, werden
die gaten dichtgemaakt met een soort van doorzichtigen
steen, gemaakt van gesmolten zand of vuursteenen. Dewijl
het hout schaarsch was, Aveet ik niet, wat zij tot brandstof
gebruikt zouden hebben, indien zij niet diep beneden ^^de
oppervlakte der aarde een zeer bijzondere zelfstandigh^
ontdekt hadden, die, bij brandend liout gelegd, gemakkelijk
ontvlamde en groote hitte gaf
Even merkwaardig was hun voeding. Eenigen aten visch,
die in den rook gehangen, en daardoor droog en hard ge-
worden was; tegelijk met dien visch aten zij de wortels van
planten, of ook wel een soort van grove koek, gemaakt
van tot poeder gestampte zaden. Deze spijs was voor de
arme klasse; de rijkere lieden hadden een wittere soort van
koek, die zij steeds met zeker vet besmeerden, dat zij van
een groot dier verkregen. Dit vet gebruikten zij ook in
bijna al hun spijzen, en versch gebruikt, was het werkelijk
lekker. Ook verslonden zij het vleesch van een aantal vogels
en dieren, die zij konden machtig worden; en zij aten de
bladeren en andere deelen van allerlei planten, die in dat
land groeiden; eenige planten gebruikten zij rauw, en an-
»dere werden op verschillende wijzen door middel van vuur
toebereid.
Een andere belangrijke spijze was het stremsel van melk