Boekgegevens
Titel: De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Deel: 1e stukje
Auteur: Veenendaal, E.J.; Zanten, Jacob van
Uitgave: Utrecht: Kemink & Zoon, 1891 *
3e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8642
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202057
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
90

komt te dicht bij den vijand, en — een kogel verbrijzelt
zijn linkerarm. De pijn en het bloedverlies overweldigen
hem weldra zoozeer, dat hij den Hertog van Lanenbnrg, die
achter hem rijdt, verzoekt hem „ongemerkt uit den strijd
te voeren!" Terwijl dat geschiedt, wordt hij ten tweeden
male door een vijandelijken kogel getroffen, die hem in de
ruggegraat dringt. „Mijn God! mijn God!" zucht de Koning^
en valt van het paard.
Nauwlijks hebben de dappere Zweden gehoord, dat hun
geliefde Koning gevallen is, of zij werpen zich als leeuwen
op de vijanden. Deze verlaten hun veldheer Pappenheim,
en slaan in allerijl op de vlucht. Na een strijd van elf uren
mochten de Zweden elkander als overwinnaars begroeten.
Eerst den volgenden morgen vond men 's Konings lijk,
van kleederen beroofd, door paardenhoeven vertreden, en
met bloed en wonden bedekt. Het werd naar Weissenfels
gebracht, waar de Koningin haar gemaal wachtende was,
en vandaar naar Stockholm vervoerd, waar het in den
koninklijken grafkelder werd bijgezet.
Slechts 38 jaren was Gustaaf Adolf oud geworden. Op de
vlakte bij Lützen wijst een groote steen, nog altijd de Zweden-
steen geheeten, de plaats aan, waar de held van het Noorden,
de eerste veldheer zijner eeuw en de redder der Duitsche
Protestanten, den dood vond in den strijd voor de goede zaak.
XXIX.
Een merkwaardig land.
Op een winteravond zat kapitein kompas met zijn kinderen
rondom zich bij de kachel, en vertelde hun het volgende:
Eens kwam ik, omstreeks dezen tijd des jaarsin een land,