Boekgegevens
Titel: De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Deel: 1e stukje
Auteur: Veenendaal, E.J.; Zanten, Jacob van
Uitgave: Utrecht: Kemink & Zoon, 1891 *
3e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8642
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202057
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
83
De predikant en de pachter zijn in dat verschrikkelijk
onweder ook niet zonder bezorgdheid; maar hoe hooger de
nood klimt, hoe meer zij tot gebed en smeeking gedrongen
worden. „Heere, help!" roepen zij, „opdat de akker niet
verderve! Gij zijt die sterke, almachtige God; uw hand is
nog niet verkort, en uw arm is nog uitgestrekt. Gij zijt toch
die God, die wonderen doet van oudshèr: toon ook nu, dat
Gij het geroep uwer kinderen hoort!"
Zoo hebben zij gebeden, en als het onweêr voorbij is, gaan
ze, getroost en geloovig, met hun huisgenooten naar den
akker, en heffen tezamen het lied aan:
„Maar d' altoos wijze raad des Heeren
Houdt eeuwig stand, heeft altoos kracht
Niets kan zijn hoog besluit ooit keeren,
't Blijft van geslachte tot geslacht.
Zalig moet men noemen.
Die hun Maker roemen
Als hun Heer en God;
't Volk, door Hem tevoren
Gunstig uitverkoren
Tot zijn erv' en lot."
En wat zien zij, als ze bij den akker komen? De geheele
akker is onbeschadigd; vroolijk bewegen de halmen zich
heen en weêr, als Avilden zij hun Schepper loven voor den
heerlijken regen, die op hen is neêrgedaald. De stroom van
den berg is door een diepe gleuf aan beide zijden van den
akker naar beneden gevloeid, en men hoort nog het wilde
rollen der steenen. De sterke hand, die alle rivieren der
aarde en al de wateren van den afgrond als in haar vuist
samenvat, had zachtkens voor het water van den berg en
voor de steenen uit de hoogte een bedding gevormd rondom
den akker, en onze beide vrienden roepen met heete tranen
uit: „De Heere is God! De Heere is God! Hem alleen
zij de eere!"
O*