Boekgegevens
Titel: De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Deel: 1e stukje
Auteur: Veenendaal, E.J.; Zanten, Jacob van
Uitgave: Utrecht: Kemink & Zoon, 1891 *
3e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8642
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202057
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
82
niemand is verpacht geworden; maar deze man, die den
Heere van harte liefheeft, en daarom ook zijn dienaar ge-
negen is, verklaart alles te weten. Hij zegt ook, dat hij de
zaak gedurig in de binnenkamer aan den Heiland voorge-
dragen heeft, en nu durft hij in 't geloof dien akker huren
op voorwaarde, dat ook de leeraar hem in 't gebed steunen
zal, en zij tezamen dien akker biddend op het hart zullen
dragen. Daarop geven beide mannen elkander de hand, en
zijn zij het aangaande de pachtsom spoedig eens.
Intusschen heeft ook de pachter in stilte den Heiland ge-
zegd, dat hij, als de Heere zijn gebed verhooren mocht, een
deel van de opbrengst, 't zij die veel of weinig mocht zijn,
als een offer der dankbaarheid voor zijn koninkrijk zal geven.
Hiervan zegt hij echter niets aan den predikant, en deze
spreekt ook niet van zijn gelofte; zoodat beiden een geheim
voor elkander hebben, dat alleen den Heere Jezus bekend is.
De nieuwe huurder bearbeidt trouw den akker, en de Heere
laat alles wèl gedijen. Het zaad spruit lustig uit, en de
nachtvorsten doen het geen schade; want de Wachter Israëls
behoedt het. De natte zomer laat het koren op het hoog
gelegen stuk grond heerlijk opschieten, en het staat zoo
schoon, dat het een lust is om aan te zien. Beiden, pre-
dikant en pachter, verheugen zich hierover hartelijk, en
denken daarbij dikwijls in het verborgene aan hun vrijwillige
gelofte, en verheugen zich dan nog meer. Maar velen boeren,
die den Heere Jezus niet liefhebben, en dus hun vromen
leeraar ook niet beminnen, is het een doorn in 't oog, dat
tot hiertoe alles óp dien akker zoo mooi staat. Doch als de
onweders en hevige regenbuien maar komen, denken zij,
dan zal er genoeg steen en zand naar beneden rollen, en al
dat schoone koren vernielen.
En ja, eindelijk komt er een buitengewoon zwaar onweder!
De regen stroomt van den hemel, alsof er een wolkbreuk
is, en de nijdige boeren verblijden zich, want nu zal het
gewas van 's leeraars akker wel verloren zijn.