Boekgegevens
Titel: De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Deel: 1e stukje
Auteur: Veenendaal, E.J.; Zanten, Jacob van
Uitgave: Utrecht: Kemink & Zoon, 1891 *
3e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8642
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202057
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
79
aan den blauwen hemel. Jubelend vlogen de leeuweriken haar
tegemoet. Tusschen de takken werd het weêr levendig: alle
vogels tjilpten en zongen; de ochtendwind schudde de regen-
droppelen van blad en bloesem, en, waar de zonnestralen zich
in de droppelen spiegelden, glinsterden deze als diamanten.
Maar ziet, o wonder! midden op het korenveld was, oj»
hoogen stengel, een heerlijk schoone bloem opengegaan:
zij droeg een allerliefst donkerblauw vederkroontje op het
hoofd. „Die moet onze koningin zijn!" riepen allen, als uit
éen mond; en terwijl de morgenwind over de velden streek,
om de aren van haar vocht te verlossen, opdat zij zich ge-
makkelijker konden bewegen, neigden zich allen voor de
schoone bloem, en deze zeide vriendelijk:
„Gisteren, toen ik nog een onoogelijke knop was, heb ik
uw twistingen wel gehoord. De almachtige Schepper heeft
mij tusschen ulieden geplant, mij flink omhoog laten groeien,
en mij zelfs een kroontje op het hoofd geplaatst. Daarom
acht ik het recht, dat ik nu uwe koningin word, en er wordt
niemand gekrenkt, wanneer ik de eerste onder u ben; maar
haat en twist kan ik onder u niet dulden. Gij allen hebt
een schoone roeping, en wanneer gij die vervult, blijft u
zelfs geen tijd tot twisten over. 't Is immers een lust om
te kiemen, te groeien en te bloeien, en eindelijk nuttige
vrucht voort te brengen ? En wanneer gij allen niet evenzeer
vruchten draagt, moeten mensch en dier erdoor lijden. Het
fijne Tarwemeel is dikwijls tot voedsel niet voldoende: de
krachtige Rogge moet daarbij te liulp komen; en als beide
den honger stillen, moet gij, Gerst! er een drank bij geven,
en gij, Haver! moet dienen om de dieren te onderhouden,
met wier hulp de menschen de velden opnieuw kunnen be-
werken. Zelfs uw droge halmen hebben nog een groot nut,
tot goede ligging voor het vee, en tot velerlei schoonen en
nuttigen arbeid voor de menschen. Werkt dus eendrachtig
tezamen; slechts daar, waar allen naar vermogen elkander
helpen en aanvullen, mag men op een blijden uitslag hopen."