Boekgegevens
Titel: De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Deel: 1e stukje
Auteur: Veenendaal, E.J.; Zanten, Jacob van
Uitgave: Utrecht: Kemink & Zoon, 1891 *
3e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8642
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202057
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
En zoo geschiedde het. De Sprinkhanen kregen in last,
aan iedere bloem te vragen, of zij koningin in 't korenveld
wilde zijn; alleen aan de Klaproos moest die vraag niet ge-
daan worden, omdat zij den strijd begonnen was, en zeker
ja gezegd zou hebben.
De kleine boden gingen hun boodschap verrichten. Het
eerst bezocliten zij op den rand des velds de Kamillebloemen,
met stijfstaande witte halskragen bij de jonge, en neêrhan-
gende bij de oudere bloesems. „Ach neen!" zeiden zij, in
antwoord op de haar gedane vraag: „wij kunnen geen koningin
worden; want wij zijn de barmhartige zusters onder de bloe-
men , en hebben dagelijks genoeg aan de ziekbedden der
menschen te doen."
Nu volgden de kleine, blauwe Vergeet-mij-nietjes, die uit
groote bescheidenheid het verzoek evenzeer afwezen, maar
uit nieuwsgierigheid zich de geschiedenis van den strijd uit-
voerig lieten vertellen.
Dichtbij stond een prachtige, roode Klaverbloem, die als pur-
per schitterde; maar zij had haast geen tijd om een weigerend
antwoord te geven, zooveel bijen, wespen en vliegen vlogen
rondom haar, om heerlijken honig van haar te bekomen.
De gele Ganzenbloem naast haar sloeg eveneens het aaiibod
af, omdat zij moest voortgaan, met 's morgens en 's avonds
in haar gouden kelkjes dauw te verzamelen voor de dorstige
kevertjes.
Nog andere bloemen werden aangezocht; maar allen gaven
een weigerend antwoord, tot groote teleurstelling van de
springende gezanten. Intusschen deden zich donderslagen
hooren, en pakten zich grijsblauwe wolken samen. Het koren
boog, de bloemen sloten zich, en de kleine diertjes zochten
hun schuilhoekjes op. De donderslagen namen in kracht
toe, en de bliksem schoot door het zwerk. Maar terwijl
het onweder overtrok, werd de dampkring verfrischt, en er
viel een verkwikkende regen, die tot in den nacht duurde.
Den volgenden morgen rees dc zon in purper en goudglans