Boekgegevens
Titel: De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Deel: 1e stukje
Auteur: Veenendaal, E.J.; Zanten, Jacob van
Uitgave: Utrecht: Kemink & Zoon, 1891 *
3e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8642
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202057
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
er van, die de booze woorden van den een gaarne aan den
ander overbracht, en daardoor reeds veel onheil gesticht had
Maar waarover twistte men? jNIen vroeg, wie het voor-
naamste der granen was. Haver en Gerst hadden trotsche
woorden gesproken; dat had den toorn van Rogge opgewekt;
zij leverde immers het brood, en wat zovi de wereld zonder
brood beginnen? Tarwe zoclit te schikken en te plooien,
maar toen de anderen zulke verachtelijke woorden spraken,
voelde ook zij zich in haar eere gekrenkt; want in haar hart
hield zij zich voor het voornaamste graan, omdat zij het
lijnste meel en het beste stroo gaf. Ja, zij schreef zich zelfs
de heerschappij over do anderen toe, en het ergste was, dat
ieder der andere granen evenzeer recht op die heerschappij
meende te hebben. De vertoornde aren staken zich als zoo-
vele lansspitsen kaarsrecht in de lucht; niemand wilde toe-
geven, en de gevolgen zouden vreeslijk geweest zijn, indien
niet de verstandige en vredelievende Wachtel, die tusschen
het koren woont, een woord ter verzoening gesproken had.
„Waarom twist gij toch zoo ?" riep hij, toen hem 't gekef
reeds te lang geduurd had. „Kiest onder de bloemen er
éen uit, die uw koningin wil wezen en uitspraak zal doen ;
dan hebt gij allen iemand, die boven ix staat, en aan welke
allen onderdanig zijn."
Nu was het op het veld een poosje doodstil. Ieder der
vier partijen overwoog, of het ook met haar eere streed, het
voorstel van den Wachtel aan te nemen; maar toen zij be-
grepen , dat een koningin, die zij eenstemmig zouden kiezen,
toch het beste redmiddel was, verzochten zij eindelijk den
Wachtel, aan de bloemen te gaan vragen, wie van haar
koningin over de granen wilde zijn.
„Neen," zei de Wachtel, „dat kan ik niet doen; ik heb
het thans veel te druk in mijn nest; maar daar zijn hier
zooveel Sprinkhanen — die hebben lange pooten, en springen
toch den geheelen dag voor niets in 't veld rond; die kunt
ge wel tot boden gebruiken."