Boekgegevens
Titel: De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Deel: 1e stukje
Auteur: Veenendaal, E.J.; Zanten, Jacob van
Uitgave: Utrecht: Kemink & Zoon, 1891 *
3e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8642
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202057
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
73
Een jeugdig krijgsman van het heir,
Door moed zijn glorie waard,
Snelt meê het stuivend renperk in,
Op zijn vlamöogig jjaard;
Het schuim vliegt, langs het gouden bit.
Uit d' opgestoken bek;
Het purpren neusgat briescht en snuift;
Het haar krult langs den nek.
De klejiper slaat, ten rit gereed,
De hoeven in den grond,
PjU rekt het hindevormig lijf,
En zwiert den staart in 't rond.
Daar klinkt de schelle seintrompet
Den ruiters in liet oor —
De loop vangt aan — een stofwolk rijst —
Des Perzers ros vliegt voor!
liet edel dier, zijn meester trouw,
Beho.eft noch spoor, noch roê;
En eer zelfs de andren d' eindjiaal zien,
Komt hem de zege toe.
Nu galmt de juichtoon in het rond,
Die 't handgeklap vervangt.
Terwijl de Vorst om 'sjonglings hals
De gouden keten hangt.
Dees huppelt, op zijn Arabier,
Des Konings stoet voorbij ;
De glorie kroont hem van alom.
Zelfs van zijn weerpartij.
Nu springt hij van den zadel af.
Omhelst en dankt zijn paard;
Droogt hem het zweet van hals en borst
En wascht hem hoef en staart.