Boekgegevens
Titel: De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Deel: 1e stukje
Auteur: Veenendaal, E.J.; Zanten, Jacob van
Uitgave: Utrecht: Kemink & Zoon, 1891 *
3e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8642
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202057
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
67
haast de vermoeide oogen toedrukken, en mijn lichaam aan
de aarde toevertrouwen zal."
De anders zoo ongevoelige Tilly was diep geroerd. Hij
jjevoelde: deze man heeft kwaad met goed vergolden.
Aan 's Rectors verlangen werd voldaan.
XXII.
Schoeiiiiiaker, houd u bij uw leest!
Koning Maximiliaan Jozef van Beieren zat op een zomer-
middag in den slottuin van zijn buitenverblijf aan het Tegern-
meer te lezen. Hij was in burgerkleeding. De hitte was
zoo groot, en het was in den tuin zoo stil, dat 's Konings
oogen toevielen. Hij legde het boek naast zich op de bank,
en sluimerde in. Na een korte rust stond hij op, om een
wandeling te doen, maar vergat zijn boek mede te nemen.
Al verder en verder liep hij den weg op, en weldra lag de
koninklijke tuin verre achter hem, en bevond hij zich op
de grasvlakten, die zich langs den oever van het meer uit-
strekken.
Hier herinnerde de Koning zich, dat hij zijn boek op de
bank in het park had laten liggen. Hoe licht kon iemand
dat boek kapen! Hij wilde langs het meer teruggaan naar
het Slot, en zag rond naar iemand, die het boek voor hem
kon halen, en aan wien liij nauwkeurig kon opgeven, waar
hij 't liad laten liggen. Hij vond echter op de gansche vlakte
niemand dan een jongen, die een troep ganzen hoedde.
De Koning ging naar dien jongen, en zeide: „Hoor eens,
ventje, je kunt immers wel daar en daar een boek voor me
halen? Ik zal je er vier stuivers voor geven."
De jongen, die den Koning niet kende, zag den dikken