Boekgegevens
Titel: De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Deel: 1e stukje
Auteur: Veenendaal, E.J.; Zanten, Jacob van
Uitgave: Utrecht: Kemink & Zoon, 1891 *
3e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8642
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202057
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
64
XXI.
De Reetor van Maagdenburg.
Tijdens de belegering van Maagdenburg door de Oosten-
rijksche troepen, in't jaar 1631, zat de Rector Simon Evenicus
met zijn zoontjes Hendrik en Lodewijk in zijn vriendelijke
woonkamer.
De jongens nuttigden met graagte het brood en de vruchten,
die als avondeten op tafel waren gezet, maar de vader liet
alles onaangeroerd op zijn bord liggen.
Plotseling hoorden zij in hun nabijheid krijgsgeschreeuw
en geweervuur, en wel zóo hevig, dat Hendrik en Lodewijk
op eens den eetlust verloren, en vol angst een schuilplaats
zochten bij hun vader, die hen met teedere liefde in zijn
armen sloot.
„De vijand is onze stad binnengekomen," zeide de vader;
„hij zal ook spoedig in onze woning zijn. Wij hebben zeker
geen vriendelijke behandeling te wachten. Bidden wij den
Heere om Zijn genadige bescherming!"
Eensklaps hoorde men een vreeslijk geklop op de huisdeur
en ruwe mannenstemmen daarbuiten. Wat waren de beide
knapen angstig!
De vader nam het licht van de tafel, sloeg een smeekend
oog naar den hemel, en ging de kamer uit om de huisdeur
te openen.
Maar het had den plunderaars reeds te lang geduurd. Zij
hadden met kolf- en vuistslagen slot en grendel reeds doen
wijken, en zes Kroaten drongen vloekend de woning binnen.
Zij eischten van den Rector al het geld, dat hij had, en alle
andere voorwerpen van waarde De Rector ontsloot alle kisten
en kasten, waarna hij met gevouwen handen op de roovers
neerzag, die op den buit aanvielen, de meubelen stuk sloegen
en als razenden het huis uitsnelden.