Boekgegevens
Titel: De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Deel: 1e stukje
Auteur: Veenendaal, E.J.; Zanten, Jacob van
Uitgave: Utrecht: Kemink & Zoon, 1891 *
3e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8642
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202057
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
63
„„Het eerste stierf mijn zusje Brech;
„ „A\'<at lag ze lang in 't bed te klagen!
„ „God nam op eens haar pijnen weg;
„ „Toen werd zij uitgedragen.
„ „Toen kwam ze op 't kerkhof, kort bij 't hek,
„„In 't graf; vlak naast een iep, zoo'n dikke;
„„We speelden dikwijls op de plek,
„„Mijn broertje Jan en ikke.
„ „'t Was zomer; maar toen 't winter werd,
„ „(De sneeuw lag dik op 't doornenhegje)
„„Kreeg Jantjen ook de koorts, heel hard,
„ „En ging heel gauw naar Brechtje." "
„Maar daar hij nu naast Brechtje ligt,
„En nimmermeer met u kan spelen!
„Tel nog reis over, aardig wicht!
„Gij zijt — met u hoevelen?"
Het meisje sloeg haar oogjes neêr,
En stond een poosjen in gedachten;
Maar eensklaps riep ze, als de eerste keer:
„„Wel heerschap! met zen achten!"" —
„Maar zoo Gods englen Brechtje en Jan
„Bij Jezus in den hemel 1)rachten?" —
„ „Ja, daar praat moeder ook wel van____" " —
„Goed, met hoevelen blijft gij dan?" —
„„Wel... ik zou meenen... met zen achten.""