Boekgegevens
Titel: De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Deel: 1e stukje
Auteur: Veenendaal, E.J.; Zanten, Jacob van
Uitgave: Utrecht: Kemink & Zoon, 1891 *
3e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8642
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202057
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
62
„ „Twee liggen er op 't kerkhof neêr,
„„Het eene een zusje, 't and're een broertje;
„„En alder-aldernaast, mijnheer!
„ „Daar woon ik met mijn moertje." "
„Twee onder dienst, en twee naar zee,
„Eén heel te Baren — 't is geen reisje!
„Maar gij telt ze allemaal nog meê,
„Niet waar, mijn beste meisje?" —
„ „En dan de twee op 't kerkhof nog!
„ „Want wij zijn met zen achten, weet u ?
„ „U ziet die hooge boomen toch?
„ „ De twee daaronder, die vergeet u." " —
„'k Vergeet ze niet, maar aardig wicht!
„Zoo, in de schaduw van die boomen,
„Een broertjen en een zusje ligt,
„Is 't acht-tal dan volkomen ?" —
„ „Hun grafjes zijn vlak bij malkaar,
„ „En o! zoo dicht bij moeders huisje.
„ „Laat zien! Een stap of twalef maar ;
„ „Op ieder staat een kruisje.
„ „Ik zit er dikwijls, 's morgens vroeg,
„ „Of tusschen twaleven en tweeën;
„ „De kousen, die ik Zondag droeg,
„ „Die heb ik daar gebreeën.
„ „En 's zomers, als het avond wordt,
„ „In 't hooge gras terneergezeten
„„Brengt moeder daar mijn tinnen bord,
„ „En schaft mijn avondeten.