Boekgegevens
Titel: De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Deel: 1e stukje
Auteur: Veenendaal, E.J.; Zanten, Jacob van
Uitgave: Utrecht: Kemink & Zoon, 1891 *
3e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8642
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202057
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
G1
XX.
„Met zen Aelitcii.'"
Wat kan in 't Gooi een schuldloos kind,
Met rozen op de frissche kaken,
Daar 't niets dan leven in zich vindt,
Van dood of sterven maken?
Een meisje trippelde aan mijn zij.
Van zes, of mooglijk zeven, jaren:
Wat schitterde dat oogje blij
Van onder 't zwart der haren!
Een aardig lachje, zacht en schoon,
Ontblootte hagelwitte tanden.
En vormde een kuiltje in iedere koon.
Wat bruin van 't zonnebranden.
'k Vroeg: „Met hoe velen zijt gij wel?"
Ze liet niet lang op 't antwoord wachten,
Maar vroolijk keek ze, en zeide snel:
„ „We bennen met zen achten." " —
„Zoo!" zeide ik, „dat 's een heel gezin •
„Dan zult gij de oudste wel niet wezen?" —
„„Neen, krek de jongste,"" viel zij in;
„ „Maar ik kan toch al lezen." " —
„En wat doen de and'ren ?" vroeg ik — „ „Twee,"'
Was 't antwoord (kort, om tijd te sparen):
„„Twee onder dienst, en twee naar zee,
„ „En een woont heel te Baren.