Boekgegevens
Titel: De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Deel: 1e stukje
Auteur: Veenendaal, E.J.; Zanten, Jacob van
Uitgave: Utrecht: Kemink & Zoon, 1891 *
3e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8642
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202057
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
56
den, behalve van de slangen; want deze loeren bestendig
op hen, vallen hen aan, wanneer zij in slaap zijn, en ver-
slinden hen even gemakkelijk als de vogeltjes.
Apen leven hoofd-
zakelijk van blader-
knoppen , vruchten,
wortels en* planten.
Op zoetigheid zijn ze
verzot; vooral lusten
zij gaarne het zoete
sap van den palm-
boom en het suiker-
riet. Ontbreekt dit,
zoo eten zij insecten
en wormen; en als
zij dicht Ijij de kust
wonen, gaan zij soms
naar het zeestrand,
om zich aan oesters
en kreeften tegoed
te doen.
Maar hoe krijgen
zij de oesters in hun
macht? Op een slim-
me wijze. Gij weet,
dat de oesters in de
warme landen veel
grooter zijn dan bij ons. Wanneer nu een aap aan het
strand komt, neemt hij een steen of een stukje hout, en
wacht, tot hij een oesterschelp langzaam ziet open gaan.
Dan werpt hij iets tusschen de twee schelpen, en belet
daardoor, dat deze zich sluiten. En nu eet het listige dier
den oester op zijn gemak op.
Onder de velerlei apen in de bosschen van Afrika is er