Boekgegevens
Titel: De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Deel: 1e stukje
Auteur: Veenendaal, E.J.; Zanten, Jacob van
Uitgave: Utrecht: Kemink & Zoon, 1891 *
3e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8642
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202057
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De moederplant: leesboek voor de hoogere klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
0.5
ons tillen goed bekend. Deze biedt n een zak aan, dien gij
zegt, dat de uwe is, en hij eischt de beloofde belooning.
Wat hebt gij daarop te zeggen?
Grijp. Mijnheer de Rechter, vergun mij u onder het oog
te brengen, dat de zak, dien ik verloor, twaalfhonderd en
zestig gulden bevatte.
Rechter. Ik begrijp, dat gij zestig gulden beloofd hebt aan
ieder, die u een zak met twaalfhonderd gulden bracht. En
nu biedt gij slechts zes gulden, omdat gij voorwendt, dat
uw zak twaalfhonderd en zestig gulden bevatte. Hoe dit ook
zij, ik zal het geld tellen. [Hij telt het geUV]. Dit geld is
niet van u, want hier is slechts twaalfhonderd gulden, 't Is
een zeer duidelijk geval. Frans, gij zult dit geld wel willen
bewaren, tot de ware eigenaar het opeischt.
Grijp. Maar, mijnheer de Rechter?
Rechter. Zwijg, mijnheer Grijp! De zaak is afgeloopen.
XIX.
Slimheid der Apen.
Geen aardiger dieren in de bosschen der warme landen
dan de apen, die in hooge boomen elkander onophoudelijk
nazitten.
Op het vaste land en op de eilanden van Zuid-Azië, in
de wildernissen van Afrika, en in de groote bosschen van
Zuid-Amerika treft men ze in menigte aan. Afrika mag wel
als de hoofdzetel van de apenfamilie beschouwd worden.
In sommige opzichten zijn de apen de ware heeren van
het woud. Leeuw noch tijger betwist hun daar het gezag.'
Door hun vlugheid kunnen zij gemakkelijk aan die beide
ontkomen; en daar zij hun verblijf in de toppen der boomen
houden, zijn zij daar ook buiten het bereik van hun vijan-